www.peuters.zijnonline.nl
www.kleuters.zijnonline.nl
Dreumes - Kleuter - Peuter
Informatie site vanaf 1 tot 6 jaar

Vergeet niet om deze site toe te voegen aan u favorieten. Het is altijd handig om deze informatie direct terug te vinden als het nodig is.



MIJN KIND HEEFT
KOORTS


KOORTS BIJ KINDEREN

We spreken van koorts als de lichaamstemperatuur hoger is dan 38 graden. De temperatuur kunt u het beste meten via de anus (poepgaatje). Een oorthermometer is ook bruikbaar, maar minder betrouwbaar. Eenmaal per dag de temperatuur meten is voldoende. Koorts komt het meest voor bij kinderen tussen de nul en vier jaar.

HOE ONTSTAAT KOORTS BIJ
KINDEREN?


Bij kinderen kan de temperatuur door inspanning of huilen al tot 38 graden stijgen. Bij een infectie loopt de temperatuur al gauw op tot 40 of 41 graden. Dat kan geen kwaad.

Koorts is een normale reactie van het lichaam op een infectie met virussen of bacteriën. Waarschijnlijk helpt koorts de infectie te bestrijden. Bij een hogere temperatuur groeien virussen en bacteriën namelijk minder goed.

De hoogte van de koorts zegt op zich weinig over de ernst van de ziekte. Zolang het lichaam de warmte kwijt kan, zal de temperatuur niet boven de 42 graden oplopen. Zodra het lichaam de ziekte de baas is, daalt de temperatuur weer.


WAT KUNT U ZELF DOEN ALS UW KIND KOORTS HEEFT?


Geef uw kind extra te drinken, eventueel een waterijsje. Eten is minder belangrijk. Zorg dat uw kind genoeg rust krijgt. Het hoeft niet in bed te blijven en mag ook naar buiten. Het lichaam moet de warmte kwijt kunnen. Kies daarom dunne kleding die losjes om het lichaam zit. In bed is een lakentje vaak voldoende. Als uw kind het koud heeft of rilt, kunt u het tijdelijk extra toedekken. Geef uw kind wat extra aandacht (bijvoorbeeld voorlezen of samen een spelletje doen).

MEDICIJNEN BIJ KOORTS

Het is niet nodig de koorts te verlagen, de koorts kan namelijk geen kwaad.

Als uw kind zich erg ziek voelt, pijn heeft of slecht drinkt, kunt u eventueel paracetamol geven. Na een halfuur gaat het dan vaak wat beter. Als de temperatuur daardoor niet daalt, zegt dat niets over de ernst van de ziekte.

De dosering hangt af van de leeftijd en het gewicht van uw kind, en staat op de verpakking.

KOORTSSTUIP

Kinderen tussen de 6 maanden en 5 jaar kunnen een koortsstuip krijgen.

Uw kind gaat schokken en trekken met armen en benen. Het kind raakt weg. Het ‘stuipen’ kan maximaal 15 minuten duren. Daarna is uw kind meestal gedurende een uur suf. Het is begrijpelijk dat u schrikt van een koortsstuip, maar blijf kalm. Een koortsstuip kan zelden kwaad.


WANNEER CONTACT MET UW HUISARTS ALS U KIND KOORTS HEEFT?

Bel en kom meteen langs bij uw huisarts als een kind met koorts:

jonger is dan drie maanden;

ouder is dan drie maanden en de koorts

langer dan drie dagen aanhoudt

suf is of niet gemakkelijk wakker te krijgen

kreunt of huilt en niet te troosten is;

tijdens de koorts huiduitslag krijgt

benauwd is of anders gaat ademen, bijvoorbeeld sneller ademt of korte periodes niet ademt;

een andere huidskleur krijgt (bleek, blauw of grauw wordt)

snel steeds zieker wordt

zieker wordt en gaat overgeven of diarree krijgt

veel minder drinkt dan normaal (minder dan de helft van wat het normaal drinkt)

een koortsstuip krijgt

bekend is met verminderde weerstand of met een ziekte waarbij infectie extra risico geeft

na een aantal koortsvrije dagen opnieuw hoge koorts krijgt

als er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt.


Bij twijfel altijd doen



SAMENVATTING

Koorts wil zeggen dat de lichaamstemperatuur boven de 38 graden komt. Koorts kan geen kwaad en is geen reden tot ongerustheid. Zorg ervoor dat uw kind genoeg drinkt. Bel direct uw huisarts als uw kind jonger is dan drie maanden en koorts krijgt. Als uw kind ouder is dan drie maanden, kunt u drie dagen afwachten. Bel direct uw huisarts als u merkt dat uw kind steeds zieker wordt.


Bron : Thuisarts


PEUTERDIARREE



Peuterdiarree komt veel voor. Vaak kun je de oorzaak vinden in onevenwichtige voeding, bijvoorbeeld door te weinig vet of een te weinig of teveel van een voedingsstof uit een andere voedingsgroep. Teveel aan melk heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat de darminhoud te snel door de dikke darm heen gaat, waardoor er te weinig vocht uit wordt onttrokken. De ontlasting is waterdun en bevat onverteerde voedselresten.
Peuterdiarree is het gevolg van het nog niet volledig uitgerijpt zijn van de darm. Hierdoor verteert de darm nog niet alles even goed en kan er diarree ontstaan met onverteerde voedingsresten.

Normale ontlasting

Bij een peuter is het tot de leeftijd van ongeveer drie jaar normaal om variërend van 1x per drie dagen tot drie keer per dag ontlasting te hebben. Ook is de kwaliteit van de poep wisselend, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een ziekte. Naarmate hij ouder zal worden, zal de stevigheid van zijn ontlasting ook verder toenemen.

Voorkomen

Helemaal voorkomen kun je het nooit, maar je kunt wel het zoveel mogelijk proberen buiten te sluiten. Dit kan onder andere door:

  • Eet zo gevarieerd mogelijk.
  • Geef je kindje voldoende vet.
  • Geef je peuter liever niet (te) veel appelsap of andere sapjes. Zelfgemaakt appelsap, aangelengd met water is prima.
  • Geef voldoende goede vezels (uit groente, fruit en bonen)
  • Ga zo hygiënisch mogelijk om met het eten.
  • Gebruik in het buitenland alleen maar water uit flessen.
  • Was je groente en fruit in het buitenland met mineraalwater.
  • Koop geen schepijs of softijs, maar alleen verpakt ijs.

Uitdroging

Wanneer je kindje plotseling koorts of heftige diarree krijgt, kun je het beste contact opnemen met je huisarts. Belangrijk is dat hij niet zal uitdrogen. Je kunt je baby het beste wat water, zout en voedingssuiker geven. Je kunt bij drogist of apotheek de juiste verhouding hiervoor kopen.
Let goed op je kindje, bij ernstige uitdroging zie je kindje er echt ziek uit, wil niet meer eten of drinken, plast minder en is suf. Belangrijk is dat je direct je huisarts waarschuwt als je dit bij je kindje merkt.

Wat mag je peuter eten bij ernstige diarree

  • Je kunt bij de apotheek of drogist een zakje ORS (Oral Rehydration Solutions) kopen en meng dit met lauw water.
  • Geef je kindje minder vruchtensap, deze bevatten suikers die de diarree in stand houden.
  • Gekookt rijstwater. (1 eetlepel gewone rijst in een halve liter water, 20 minuten laten koken, zeven. Water weer aanvullen tot een halve liter en laten afkoelen).
  • Bosbessensap of wortelsap.
  • Als het weer wat beter met hem gaat, kun je hem geraspte appel geven (even laten staan voor je het gaat geven), geprakte banaan en venkelthee.
  • Een fase verder kun je hem een beschuitje geven met eventueel een klein beetje smeerkaas (geen boter) en/of een zacht gekookt eitje.
  • Geef je kindje wat meer vezels, vezels doet de ontlasting verbeteren.
  • Vermijd in het begin even melk en suiker.

Andere oorzaken

Als er een duidelijke andere oorzaak is, wordt er niet gesproken van peuterdiarree. Parasieten en andere infecties kunnen ook diarree veroorzaken. Veelvoorkomend is bijvoorbeeld Giardia enCryptosporidiën. Dergelijke infecties moeten uiteraard bestreden worden. Als de diarree van je peuter aanhoudt, laat de huisarts vaak een ontlasting onderzoek doen. Afhankelijk van de uitslag wordt actie ondernemen.










PEUTERS DRINKEN NOG VOORAL ZOETE DRANKJES


Peuters drinken vooral zoete drankjes en vrijwel geen water, terwijl ouders, verzorgers en professionals in de kinderopvang wel aangeven het drinken van water belangrijk te vinden. Peuters nemen dagelijks 2,3 glas zoete drank, tegenover 1,1 glas water.

Dat blijkt uit een landelijke steekproef naar het drinkgedrag onder kinderen tussen de 0 en 4 jaar, in opdracht van JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht) en uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction. Siroop en diksap zijn de meest gedronken zoethoudende dranken.

Er is geen sprake van onwil, maar van onwetendheid bij ouders en verzorgers, blijkt uit de steekproef. Bijna twee derde van de ouders en professionals in de kinderopvang zegt zich ervan bewust te zijn dat er meer dan vijf suikerklontjes in een glas frisdrank zitten. Maar slechts een kwart van de ondervraagden weet dat een glas vruchtensap dezelfde hoeveelheid suiker bevat. Een minderheid van de ouders (40 procent) denkt dat peuters water lekker vinden. En van de professionals denkt 18 procent dat.

'Jong geleerd, is oud gedaan', zegt Paul Rosenmöller, ambassadeur van JOGG. 'Het is belangrijk dat jonge kinderen leren water drinken. Water is overal beschikbaar in Nederland, een goede dorstlesser en bevat geen calorieën. Dat zoete dranken dikmakers zijn, is recent nog aangetoond. Kinderen die 1,5 jaar lang limonade met kunstmatige zoetstof drinken in plaats van suiker, blijken na 1,5 jaar een kilo minder in gewicht te zijn toegenomen dan degenen die limonade met suiker krijgen.'

Van de ouders en professionals vindt 80 procent het belangrijk dat kinderen tussen de 0 en 4 jaar wennen aan het drinken van water. Rosenmöller: 'JOGG heeft de ambitie om samen met de JOGG-gemeenten - nu 30 in Nederland - binnen nu en een half jaar de kinderdagverblijven volledig te laten overstappen op het aanbieden van water in plaats van zoete dranken.''



Kerst trends 2016

JOUW KINDJE ZET ZIJN EERSTE STAPJES




Hoog tijd dus om het eerste paar schoentjes in huis te halen. Maar waar moet je zoal op letten bij de aankoop van die eerste stappers? Wij geven je enkele tips.

Wanneer je kleintje de armen niet meer nodig heeft om het evenwicht te behouden, is het tijd om schoentjes aan te schaffen. Meestal is dit zo'n 3 à 6 weken na het eerste stapje.
Laat je zoontje of dochtertje thuis nog veel op blote voetjes lopen. Op die manier krijgt je kindje sterke voetspieren.

Zorg steeds voor lichte, flexibele, leren schoentjes met rubberen zolen. Rubberlaarsjes zijn wel leuk om eens in de plassen te gaan lopen, maar ze ademen niet en zijn dus niet echt goed voor de voetjes van je kind.
Weet je niet goed welk maatje je moet kiezen? Meet dan de voet van je kleintje van de langste teen tot de hiel en tel er 13 mm bij. In heel wat schoenenwinkels kan je je laten assisteren om die juiste maat te ontdekken, dus aarzel niet om hulp in de roepen. Extra tip: je duim moet steeds passen tussen de schoenhiel en de voet van je kindje. Zo weet je zeker dat de schoen ruim genoeg is.
Het klinkt misschien een beetje raar, maar probeer te gaan shoppen op het einde van de namiddag. Dan staan de voetjes van je kind wat dikker en zullen die nieuwe schoentjes nadien ook niet gaan knellen.

Wist je trouwens dat kindervoetjes elke 3 maand ongeveer 1 maat groeien? Het is dus nodig om geregeld nieuwe schoenen aan te kopen.
Koop ook steeds twee paar schoenen om af te wisselen. Dit is beter voor de voeten van je kindje én de schoenen slijten minder snel.
Heb je de indruk dat je kind vaker struikelt en valt nu het al een poosje schoenen draagt? Dit kan erop wijzen dat de schoentjes al te krap geworden zijn!



KINDEREN MET VASTE BEDTIJD LEREN BETER




Ouders moeten hun kinderen niet vroeg naar bed sturen, maar wel elke dag op hetzelfde uur onder de wol leggen. Dan zouden de jongens en meisjes het immers beter doen op school. Dat toont een onderzoek aan van het University College London.

Wetenschappers onderzochten het slaappatroon van meer dan elfduizend kinderen, geboren tussen 2000 en 2002. De proefpersonen moesten verschillende proeven afleggen toen ze 3, 5 en 7 jaar oud waren. Daaruit blijkt dat kinderen die op verschillende tijdstippen gingen slapen op een weekdag, slechtere punten behaalden op lees- en rekentesten dan kids die steeds op hetzelfde tijdstip naar bed gingen.

De onderzoekers concluderen dat het belangrijker is om kinderen op een vast tijdstip naar bed te sturen dan ervoor te zorgen dat ze zoveel mogelijk kunnen slapen. Op die manier kunnen ze een vast bioritme ontwikkelen.

‘Een variërende bedtijd zou tot meer slaapstoornissen en bijgevolg leerproblemen kunnen leiden’, zegt onderzoekster Amanda Sacker. Als het niet lukt om je 3-jarige spruit op tijd in bed te leggen, dan heb je nog tijd genoeg om een vast tijdstip te introduceren. ‘Als je kind pas een slaaproutine aanleert op zijn vijfde, is er geen reden tot paniek. De regelmaat zal snel tot betere schoolresultaten leiden.’

Verder toont de studie nog aan dat vooral meisjes baat hebben bij een vast slaapuur om leerproblemen uit te sluiten. Waarom precies is vooralsnog niet duidelijk.



DRIEKWART VAN DE NEDERLANDSE PEUTERS EN KLEUTERS IS ONLINE




Nederlandse kinderen zijn gemiddeld 3,9 jaar oud als ze voor het eerst online gaan. Maar liefst 78% van de kinderen van drie tot zes jaar gebruikt internet, per dag gemiddeld 22 minuten. Dat is bijna net zo veel tijd als ze besteden aan het lezen van boekjes. De opkomst van touchscreens maakt internet voor kinderen nog toegankelijker.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van een onderzoek naar het internetgebruik van peuters en kleuters door Stichting Mijn Kind Online, in samenwerking met Z@ppelin en NTR Jeugd. Ze zijn gepubliceerd in het rapport App Noot Muis. Peuters en kleuters op internet.

Touchscreens
Geef peuters een touchscreen, zoals op de iPhone en iPad, en ze swipen (vegen) en tappen (tikken) alsof ze nooit iets anders hebben gedaan. Ze weten onmiddellijk hoe ze met deze apparaten moeten omgaan, óók als ze die nog nooit hebben gezien. Ouders blijken weinig moeite te hebben met de online activiteiten van hun kinderen. Negentig procent van de ouders laat zijn peuters en kleuters met digitale media spelen. Vijf procent van de jonge internetgebruikers was zelfs nog géén jaar oud toen ze daarmee begon.

Schadelijk voor ontwikkeling
Het rapport App Noot Muis is geen pleidooi om kinderen zo jong en langdurig online te laten. Volgens Amerikaanse kinderartsen kan dit schadelijk zijn voor de motorische en taalontwikkeling van baby's en peuters. Ze zijn op die leeftijd meer gebaat bij fysieke interactie met de mensen om hen heen dan bij de beperkte prikkels van media. Als ouders heel jonge kinderen kennis willen laten maken met media, dan pleit Mijn Kind Online ervoor om dat bewust en gedoseerd te doen. Gebruik sites en apps niet als zoethoudertje, maar zoek iets leuks en speel samen met het kind. Laat ze niet te lang achter het beeldscherm zitten. Voor een driejarige is vijf of tien minuten genoeg. Voor een zesjarige kan het oplopen tot twintig minuten of maximaal een halfuur per dag.

Leeftijdsadvies
De grotere toegankelijkheid en groei van het gebruik, maken het volgens Mijn Kind Online noodzakelijk dat aanbieders van kindersites en apps meer kwaliteit leveren en dat de toegang tot internet beter is beveiligd. Het schort volgens het onderzoek nog aan de gebruiksvriendelijkheid van sites en apps. Ze bevatten voor kleuters vaak teksten die zij niet kunnen lezen. Ook blijken er vaak links aanklikbaar, zoals naar webshops, die niet voor kinderen zijn bedoeld. Het rapport pleit daarom voor een leeftijdsadvies voor apps en sites. Ook zouden ze moeten worden voorzien van een oudergedeelte met uitleg. Om te voorkomen dat peuters en kleuters zomaar bij betaalopties terecht kunnen komen, moeten links naar volwassen pagina's worden beveiligd met bijvoorbeeld een wachtwoord.

App Noot Muis
Het onderzoek van Mijn Kind Online is uitgevoerd door deskundigen op het gebied van jeugd en media en is het meest uitgebreide in Nederland naar het mediagebruik van peuters en kleuters. Het bestond uit een representatieve groep van 575 ouders en observaties van 35 kinderen op een school en een kinderdagverblijf. In het rapport App Noot Muis. Peuters en kleuters op internet staan aanbevelingen voor (professionele) opvoeders en producenten van mediaproducten gericht op kinderen. Het is gratis te downloaden en als boek te koop via www.appnootmuis.nl  of www.mijnkindonline.nl .





OUDERS ZIEN OVERGEWICHT KINDEREN NIET


Kinderen en overgewicht
Uit een onderzoek van het UMC Groningen blijkt dat veel ouders het gewicht van hun te dikke kinderen normaal vinden. Daarom vinden zij het ook niet nodig om hulp te zoeken.

In het onderzoek werden bijna 450 ouderstellen met kinderen in groep 1
ondervraagd. De uitkomsten zijn volgens onderzoekster Hiltje Oude
Luttikhuis 'zorgwekkend'.

Slechts 2,5 procent van de ouders vond hun eigen kind te dik, terwijl het aantal te zware kinderen in werkelijkheid veel hoger ligt. Verder benoemden driekwart van de ouders van een kind met overgewicht, het gewicht als 'normaal'. En de ouders met kinderen die een goed gewicht hebben, vonden hun kinderen te licht.

Het is wel duidelijk dat het beeld van hoeveel een kind mag wegen niet klopt. "Kinderen met overgewicht worden als normaal beschouwd, terwijl het voor de gezondheid gevaarlijk kan zijn", stelt de onderzoekster.

Het UMCG in Groningen begon het onderzoek, nadat er nauwelijks aanmeldingen waren voor een nieuwe behandelgroep voor kinderen met obesitas en overgewicht, terwijl veel kinderen tegenwoordig juist kampen met overgewicht.

Veel ouders (80%) willen wel hulp zoeken áls hun kind overgewicht heeft. Maar ze beoordelen het gewicht van hun kind onjuist, waardoor ze geen hulp zoeken.


WAT MOET EEN PEUTER DAGELIJKS ETEN?

Wat kun je je kind te eten geven? Peuters en kleuters eten met de rest van het gezin mee. Je kunt ze dus gewoon hetzelfde voorschotelen als de rest van het gezin.

Zorg ervoor dat je kind 3 maaltijden per dag krijgt en maximaal 4 keer iets tussendoor. Zorg ook voor variatie in groente en fruitsoorten. Je kind krijgt daardoor van alle belangrijke vitamines, mineralen en andere voedingsstoffen voldoende binnen.         

Vitamines
Geef je kind elke dag 10 microgram extra vitamine D tot het 4 jaar is. Dat is goed voor de botten en tanden. Koop speciale tabletjes met vitamine D voor je kind bij de apotheek of drogist. Dit advies geldt dus voor alle kinderen tot 4 jaar, ongeacht de zuigelingenvoeding, opvolgmelk of gewone voedingsmiddelen die je kind krijgt.

Als je kind een tijd lang geen groente en fruit eet, kan een product dat verrijkt is met vitamine C een tekort aan deze vitamine aanvullen. Maar alleen door gevarieerd te eten krijgt je kind alle waardevolle stoffen binnen. Supplementen kunnen dat niet helemaal vervangen.  

Aardappelen, pasta, rijst of peulvruchten
Veel aardappelen eten is prima, want er zitten veel vezels en vitaminen in. Af en toe een frietje bij de maaltijd kan geen kwaad. Kies in plaats van aardappelen ook eens voor rijst, pasta of peulvruchten. Als je kind eenmaal hieraan gewend is kies dan voor producten met meer vezels, zoals zilvervliesrijst en volkorenpasta. Vezels zijn goed voor de darmen van je kind.

Brood en graanproducten
Eet je kind voornamelijk witbrood, stap dan geleidelijk over op bruinbrood, volkorenbrood en volkorenpap. Die zijn beter voor de gezondheid, omdat er meer vezels, vitamines en mineralen in zitten dan in witbrood.

Broodbeleg
Hartig beleg is niet beter dan zoet beleg. In veel kaas en vleeswaren zit vooral ongezond vet. Kies daarom voor de magere soorten, bijvoorbeeld 20+ of 30+ kaas, een plakje ham, kipfilet, of casselerrib. Als zoet broodbeleg kun je appelstroop, jam of fruit geven. Af en toe ook pindakaas, chocoladepasta en chocoladehagelslag. Niet elke dag, want hierin zitten veel calorieën.


Dranken
Vanaf 1 jaar heeft je kind op een dag ongeveer 6 á 7 bekertjes drinken nodig, zo'n  driekwart liter in totaal, inclusief melk. Geef kinderen tot 4 jaar echter niet te veel melk of melkproducten zoals yoghurtdrank en vla. Daardoor kunnen ze sneller vol raken en minder trek hebben in ander eten. 2 à 3 bekertjes zijn voldoende. Water is een goede dorstlesser, voor de afwisseling kun je ook lauwe (vruchten)thee zonder suiker geven.

Geef niet te veel frisdrank, limonade en sappen, want daarin zitten veel calorieën. De kans bestaat dan dat je kind te dik wordt.

Wel kun je frisdrank geven waaraan minder of geen suiker is toegevoegd.

Voor de zoete smaak zijn daar dan vaak zoetstoffen aan toegevoegd, zoals aspartaam of cyclamaat. Op het etiket kun je zien welke zoetstof erin zit.

Alle zoetstoffen die in light-dranken kunnen zitten zijn uitgebreid getest en veilig bevonden, ook in grote hoeveelheden. De enige uitzondering daarop is de zoetstof cyclamaat, daarvan kunnen jonge kinderen relatief makkelijk te veel binnen krijgen.

Geef daarom maximaal per dag:

2 glazen frisdrank met cyclamaat aan kinderen van 1 tot 4 jaar;
3 glazen frisdrank met cyclamaat aan kinderen van 4 tot 8 jaar;
3 tot 6 glazen frisdrank met cyclamaat aan kinderen van 8 tot 12 jaar.







Fruit
Je hebt waarschijnlijk al verschillende soorten fruit bij je kind uitgeprobeerd. Blijf variëren met fruitsoorten. Zorg dat het fruit vers en rijp is. Geef je kind fruit tussendoor, bij het ontbijt of de lunch of als toetje. Wassen van fruit is belangrijk. Niet om bestrijdingsmiddelen te verwijderen, maar om vuil en stof weg te spoelen.

Groente
Je hebt waarschijnlijk al verschillende soorten groente bij je kind uitgeprobeerd. Je kunt daarom ook verschillende groente combineren. Blijf variëren met verschillende groentesoorten, zodat je kind verschillende smaken kan blijven ontdekken. Geef groente ook eens rauw, bijvoorbeeld tussendoor. Denk aan snoeptomaatjes, worteltjes of komkommer. Groente uit diepvries, pot of blik is een goed alternatief voor vers: er zitten vrijwel evenveel vitamines in. Geef liever geen diepvriesgroente á la crème, want daar zit veel vet in.

Appelmoes of stoofpeertjes zijn fruit. Geef ze niet in plaats van groenten, ze kunnen groente niet vervangen wat voedingsstoffen betreft. Bittere groentesmaken vinden kinderen in het begin vaak niet lekker. Geef niet te snel op. Soms moet een kind ongeveer 10 tot 15 keer iets proeven voordat het echt gewend is en de smaak leert waarderen. Laat merken dat je het zelf wel lekker vindt. Maak groente ook eens op een andere manier klaar, ‘verstop’ bijvoorbeeld de groente eens in een pastasaus.

Geef je kind niet vaker dan 2 keer per week nitraatrijke groente en geef het liever niet tegelijkertijd met vis. Uitzondering hierop zijn zalm en makreel. Die kun je wel met nitraatrijke groeten combineren. Als je kind jonger dan 6 maanden is, geef dan liever helemaal geen nitraatrijke groente. Nitraat is niet direct schadelijk, maar kan tijdens het opwarmen en bewaren van groente veranderen in nitriet. En dat is wel een schadelijke stof. Nitraatrijke groenten zijn:

spinazie
andijvie
bietjes
bleekselderij
sla
venkel
paksoi
Groente is rijk aan vezels, vitamines en mineralen, zoals bijvoorbeeld vitamine C. Vitamine C zorgt ervoor dat je lichaam ijzer uit plantaardige bronnen sneller opneemt. Groente bevat ook veel gezonde stoffen die beschermen tegen ziektes, zoals kanker en hart- en vaatziekten.


Snoep en snacks
Bewaar chips, andere snacks en snoep voor speciale gelegenheden, zoals het weekend. Je kind krijgt anders al snel te veel ongezonde vetten en suikers binnen. Als je kind eenmaal te dik is, is de kans groter dat hij ook op latere leeftijd overgewicht heeft. Het is niet zo dat hartige hapjes beter zijn dan snoep. Hartige hapjes, zoals kaas, worst en chips zijn vet en zout.

Pas op met suikervrij snoep. Daarin zitten zoetstoffen, meestal polyolen (zoals bijvoorbeeld sorbitol). Polyolen leveren ongeveer net zoveel calorieën als suiker, maar zijn niet schadelijk voor het gebit. Als je kind te veel polyolen binnenkrijgt, kan het diarree krijgen. Geef ook daarom niet te veel suikervrij snoep.

Bij jonge kinderen kunnen noten of pinda’s verkeerd vallen. Betere alternatieven zijn een volkorenbiscuitje, een kinderkoekje, lange vingers, soepstengel, rijstwafel, popcorn, komkommer, kerstomaatjes, druiven, mandarijntjes of rozijntjes. Voorkom dat je kind zich kan verslikken door bijvoorbeeld kerstomaatjes en druiven te halveren.

Kant-en-klaarmaaltijden
Het is belangrijk dat je kind dezelfde warme maaltijd eet als de rest van het gezin. Geef je kind alleen bij hoge uitzondering een kant-en-klaarmaaltijd, want hierin zit veel zout. Geef het bijvoorbeeld alleen als je zelf iets scherps eet, iets wat kleine kinderen vaak nog niet lusten.  

Leverworst en smeerleverworst
Smeerleverworst wordt vaak gebruikt als broodbeleg voor kinderen. Toch is het niet goed om jonge kinderen veel boterhammen met leverworst te geven.  
In leverworst zit namelijk veel vitamine A. Van deze vitamine moet je kind niet te veel binnenkrijgen. Af en toe wat meer is niet erg. Maar als het bijna elke dag gebeurt, gaat het teveel aan vitamine A zich opstapelen in het lichaam. Dat kan schadelijk zijn, je kind kan dan last krijgen van hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid, vermoeidheid en problemen krijgen aan ogen, huid en skelet. Maar dat gebeurt alleen als je kind echt heel vaak lever eet.


Het advies is daarom:
Kinderen van 6 tot 12 maanden: niet meer dan 1 of 2 boterhammen met smeerleverworst per week.
Kinderen van 1 tot 3 jaar: niet meer dan 2 of 3 boterhammen met (smeer)leverworst per week.
Kinderen van 4 tot 12 jaar: maximaal 1 boterham met smeerleverworst per dag.  
Voor kinderen vanaf 6 maanden is vegetarische paté een goed alternatief voor leverworst en smeerworst, omdat het geen vitamine A bevat.

Melk en karnemelk
Kies bij voorkeur voor halfvolle of magere melk en andere melkproducten. Speciale peutermelk is niet nodig. En sommige soorten bevatten ook meer calorieën dan halfvolle en magere melk.
Geef niet meer dan 2 tot 3 bekertjes (in totaal 300 milliliter) melk of karnemelk per dag. Als je meer geeft, heeft je kind misschien minder trek in ander eten. Daardoor bestaat de kans dat kinderen te veel eiwit en calcium binnenkrijgen en weinig vezels en ijzer.  
Als je op vakantie gaat, kun je poedermelk meenemen. Dat is gemakkelijker te bewaren dan verse melk. Gebruik schoon water voor het aanmaken van de melk. Als je het kraanwater niet vertrouwt in dat land, kun je bijvoorbeeld mineraalwater zonder koolzuur gebruiken. Of koop pakjes gesteriliseerde melk, want die hebben ongeopend geen koeling nodig.

Pap
Geef je kind liever geen kant-en-klare pap. Het smaakt lekker zoet en daardoor krijgen kinderen er ongemerkt veel calorieën mee binnen.

Tussendoor
Geef niet te veel eten en drinken tussendoor, zodat je kind nog genoeg wil eten bij de maaltijden. Werk toe naar vaste eet- en drinkmomenten. Bijvoorbeeld:

ontbijt
tussendoor-moment
lunch
tussendoor-moment
warme maaltijd

Zo leert je kind om niet de hele dag door te eten en drinken. Lekker voor tussendoor is wat fruit, een volkorenbiscuitje, een plakje ontbijtkoek of een soepstengel. Je kunt ook wat te drinken geven. Het maakt niet uit als je kind hier weinig van neemt. Het betekent gewoon dat hij geen dorst heeft.

Vegetarisch
Je kind kan ook vegetarisch eten. Let er dan wel op dat het voldoende ijzer binnenkrijgt. In groente en fruit zit ook ijzer, maar dat is plantaardig ijzer. Het lichaam neemt dit minder makkelijk op.
Eten zonder vlees kan prima als je goed let op 2 dingen: Kies voor een vleesvervanger die voldoende ijzer bevat, dus: ei, tempé, tahoe, peulvruchten of een kant-en-klare vleesvervanger.
Kaas en Quorn bevatten weinig ijzer en zijn daarom geen vleesvervangers voor elke dag. Vitamine C helpt om ijzer uit de voeding te halen. Geef je kind daarom bij elke maaltijd iets van groente of fruit of een beetje sinaasappelsap.
Wil je je kind helemaal geen dierlijke producten te eten geven, dus ook geen melk, kaas en eieren? Vraag dan advies aan je consultatiebureau of aan een diëtist. Het is erg belangrijk dat je kind geen voedingsstoffen tekort komt.

Vetten en olie
Er bestaan goede vetten en slechte vetten. In goede vetten zitten belangrijke stoffen voor jonge kinderen. Goede vetten zijn onverzadigde vetten, slechte vetten zijn verzadigde vetten.
Hoe herken je het goede vet? De regel is: hoe zachter, hoe beter. Hoe zachter het vet bij kamertemperatuur is, hoe minder verzadigd het is. Op het etiket staat vaak informatie over verzadigd of onverzadigd vet.
Er is een ezelsbruggetje dat je helpt bij het uit elkaar houden van goede en slechte vetten. “Onverzadigd” begint met de O van “oké”, “verzadigd” met de V van “verkeerd”.
Kies altijd producten met zo min mogelijk verzadigd vet. Goed vet zit in zachte margarine uit een kuipje, in bak- en braadvet uit een knijpfles en in olie.
Jonge kinderen krijgen doorgaans iets te weinig goede vetten binnen. Besmeer boterhammen dus met margarine en geef jonge peuters ook een schepje jus of saus. Je hoeft bij kleine kinderen geen halvarine te gebruiken. Zij hebben in verhouding meer vet nodig dan oudere kinderen voor hun ontwikkeling.
Geef niet te veel producten met verzadigd vet, zoals koek, snoep en chips. Ook in kaas en vleessoorten kan veel ongezond vet zitten.


Vis
Geef je kind bij voorkeur 2 keer per week vis, waarvan 1 keer vette vis zoals haring, zalm, makreel of sardines. Vis is belangrijk, onder meer vanwege de visvetzuren. Die hebben een beschermende invloed op hart- en vaatziekten en met name hartritmestoornissen.   
Neem wel alleen filet, want daarin zitten geen graten. En neem liever geen voorverpakte gerookte vis of rivierpaling in verband met Listeria-besmetting en dioxines.
Geef geen vis (met uitzondering van zalm en makreel) in combinatie met nitraatrijke groenten, zoals spinazie, andijvie, bietjes, bleekselderij, sla, venkel en paksoi. Door nitraatrijke groente te combineren met vis en schaal- of schelpdieren (zoals garnalen en mosselen) kunnen stoffen ontstaan die schadelijk zijn voor het lichaam. Geef vis, schaal- en schelpdieren daarom bij voorkeur met een groente waar weinig nitraat in zit, zoals worteltjes, sperziebonen of bloemkool.

Vlees
In vlees zit ijzer en dat is belangrijk voor je kind. Kies de soorten met weinig verzadigd vet, bijvoorbeeld kipfilet, een hamlapje, goed doorbakken tartaar, en varkenshaas.
Geef je kind geen producten van rauw vlees, zoals filet américain, ossenworst, carpaccio of niet-doorbakken tartaar. Hierin kunnen ziekmakende bacteriën zitten. Kinderen zijn daar extra gevoelig voor.  

Bron : Voedingscentrum




Sint voordeel 2016

NA HET EERSTE LEVENSJAAR KAN EEN KIND MET DE POT MEE ETEN

Wanneer het actief is en goed groeit is er niets aan de hand.


Een gezonde voeding voor volwassenen is ook een gezonde voeding voor kinderen en daar zitten alle vitamines en mineralen die een peuter nodig heeft.
Supplementen voor peuters

De basis voor de vitamine- en mineraalvoorziening bij kinderen is een gezonde voeding. Omdat kinderen tot 4 jaar niet in staat zijn om via de huid voldoende vitamine D op te nemen en ook niet voldoende vitamine D uit de voeding halen, hebben zij extra vitamine D nodig. Het advies is dagelijks 10 microgram extra vitamine D te geven.
Supplement

Een vitamine D-supplement is te koop in de vorm van druppels en capsules. Qua werking is er weinig verschil.

De hoeveelheid die peuters nodig hebben staat in de onderstaande tabellen.

Vitamine a Jongens Meisjes
A (mcg RE/dag) 400 400
B1 (mg/dag) 0,3 0,3
B2 (mg/dag) 0,5 0,5
B3 (mg NE/dag) 4 4
B5 (mg/dag) 2 2
B6 (mg/dag) 0,4 0,4
B8 (mcg/dag) - -
B11, foliumzuur (mcg/dag) 85 85
B12 (mcg/dag) 0,7 0,7
C (mg/dag) 40 40
Db(mcg/dag) 5-10b 5-10b
E (αTE/dag) 5,7 5,5
K - -

a Eenheden weergegeven in milligram (mg) of microgram (mcg), RE = retinol eenheden, NE = nicotinezuur-equivalenten, αTE/dag = alfa tocoferol eenheden
b Voor kinderen tot 4 jaar wordt dagelijks 10 mcg vitamine D suppletie aanbevolen.                      
- Geen ADH of AI vastgesteld in Nederland

Mineraal a Jongens Meisjes
Calcium (mg/dag) 500 500
Magnesium(mg/dag) 60-70 60-70
Natrium - -
Kalium - -
Chloride - -
Fosfor (mg/dag) 400-800 400-800
IJzer (mg/dag) 7 7
Zink (mg/dag) 4 4
Koper (mg/dag) 0,3 – 0,7 0,3 – 0,7
Jodium - -
Seleen (mcg/dag) 10-30 10-30
Chroom (mcg/dag) - -
Mangaan - -
Molybdeen - -

a Eenheden weergegeven in milligram (mg) en microgram (mcg)
- In Nederland geen ADH  of AI vastgesteld
Bron :
Gezondheidsraad


PEUTERS KUNNEN LASTIGE ETERTJES ZIJN



De peuter gaat de wereld verkennen en heeft het daar zo druk mee, dat hij of zij minder aandacht voor het eten heeft. De peutertijd is ook de periode dat kinderen zich kunnen ontpoppen tot lastige etertjes.

In de loop van het tweede jaar krijgen ouders wel eens het gevoel dat het eten echt een probleem is: zoon- of dochterlief vertikt het om fruit te eten of melk te drinken en er zijn maar enkele groenten die het kind zonder mokken opeet. Vooral als een kind 's avonds moe is van een hele dag spelen, kan de maaltijd wat probleempjes opleveren. Dit is ook de periode dat het kind zijn eigen wil begint te ontdekken en `nee' leert zeggen. Het kan nee zeggen tegen wat papa en mama zeggen maar ook tegen naar bed gaan, op het potje gaan en niet te vergeten tegen het eten dat er op tafel komt.

Het dwarse gedrag van hun peuter drijft ouders soms tot wanhoop. Hoe moeilijk het ook is, toch is het beter uw ongerustheid over het slechte eten van uw kind niet te laten merken. Kinderen voelen, zo jong als ze zijn, haarfijn aan waar u zich druk over maakt. De maaltijden kunnen dan een dagelijks terugkerend drama worden.


Hier volgen enkele tips om met moeilijk etende kinderen om te gaan:

- maak het eten niet tot een machtsstrijd: eet het kind niet, dan maar niet. Ga niet met uw peuter in discussie. Eet zo ontspannen mogelijk met de andere tafelgenoten door. Kinderen maken zich er niet druk om of ze gezond eten, maar merken wel of het gezellig aan tafel is.
- eet op tijd. Vermoeidheid is een belangrijke oorzaak van slecht eten bij peuters. Heeft het kind een vermoeiende dag gehad, eet dan als het kan iets eerder.

- houdt uw kind wel van brood, fruit en melk, laat het van die voedingsmiddelen dan volop eten. Geef uw peuter eventueel 's middags een snee brood als tussendoortje. De warme maaltijd wordt daardoor minder belangrijk.

- een kind dat slecht groente eet, lust vaak wel enkele soorten fruit. Laat het kind meer fruit eten dan hierboven staat vermeld, het krijgt zijn vitamine C dan voldoende binnen.

- vermeng sterk smakende groenten met aardappelen of rijst, kinderen proeven alles veel sterker dan volwassenen en vinden daarom iets gauw niet lekker. Door de smaak wat af te zwakken worden bepaalde groenten wat eerder lekker gevonden.

- geef het kind niet teveel tussendoortjes in de middag als het de warme maaltijd moeizaam eet; het heeft dan misschien gewoon geen trek. 2 biscuitjes of 1 appel leveren net zoveel energie als 1 snee brood, 1 doosje rozijntjes levert net zoveel energie als 1/2 snee brood en een zakje chips levert net zoveel energie als twee boterhammen!

- op deze leeftijd ontdekt het kind ook het bestaan van snoep. Wees met het geven van snoep heel terughoudend: het is slecht voor de tanden en het neemt de eetlust weg.


 - weigert uw kind gedurende langere tijd gewone melk of karnemelk, dan kunt u het gerust chocolademelk of yokidrink geven. Het krijgt dan wel de eiwitten en de kalk uit melk binnen. Het nadeel van deze produkten is dat ze suiker bevatten, wat slecht is voor het gebit en waardoor de kinderen te veel aan een zoete smaak wennen. Na verloop van tijd kunt u weer gewone melkprodukten proberen. Ook een schaaltje vla of pap zijn goede melkvervangers. Veel kinderen zijn op deze leeftijd dol op `danoontjes'. Eén danoontje kan wat de voedingswaarde betreft niet een glas melk vervangen en is bovendien duur. Een danoontje is een leuk uitziend tussendoortje voor op een feestje.

- als uw kind op het dagverblijf komt, ga dan eens na wat het daar eet. Vaak eet het daar gewoon met de groep mee. Op die dagen hoeft u niet bang te zijn dat uw kind te weinig binnen krijgt.

- als u alles geprobeerd heeft en toch het gevoel houdt, dat uw kind onvoldoende eet om gezond te kunnen blijven, schrijf dan twee weken lang alles op wat het kind eet en drinkt. Leg dit voor aan de arts/verpleegkundige op het peuterbureau. Vaak blijkt het eten dan reuze mee te vallen.



.


..

...

....

.....
10 Leerzame peuterspelletjes

Spelletjes spelen vind je peuter geweldig en de spelletjes kunnen niet gek genoeg. Maar hoe leuk is het als jullie samen spelletjes kunnen doen, waar je peuter ook nog iets van leert? Daarom hebben wij tien originele en leerzame spelletjes op een rij gezet, die je samen met je peuter kunt doen!

1) Verstoppertje met een twist

Maak een ruimte vrij voor jou en je peuter en ruim het speelgoed op zodat niets afleidt. Pak vervolgens een deken of laken en 'verstop' je eronder. Zorg wel dat je kind ziet dat je eronder verdwijnt. Vraag 'waar is mama heen?' en help je kind vervolgens om je te vinden, door bijvoorbeeld een hand onder het deken te steken en te zwaaien. Je peuter zal al snel gaan onderzoeken hoe het kan dat jij ineens verdwenen bent. Als hij je vindt, zal hij supertrots zijn. Draai vervolgens de rollen om en laat je kind zich verstoppen.

Leermoment: Je kind leert dat iets blijft bestaan, ook al kan hij het zelf niet zien. Handig voor als je de kamer uitloopt of als je peuter gaat slapen en last heeft van verlatingsangst.

2) De ontdekkingstocht

Peuters houden ervan om de wereld te ontdekken en hoe kan dat beter dan in je eigen huis, waar hij veilig kan klimmen en springen? Zorg dat er geen scherpe of gevaarlijke voorwerpen in de huiskamer zijn. Bouw vervolgens de kamer om tot een speel- en ontdekkingsparadijs door kussens op de grond te leggen om op te springen en door dozen en stoelen om te draaien om op te klimmen. Zorg voor een 'fort' door een kartonnen doos omgedraaid tegen de muur te zetten. Laat vervolgens je peuter de kamer in en verzin samen een wereld die ontdekt moet worden. Je peuter zal het geweldig vinden!

Leermoment: Je peuter leert zijn evenwicht te bewaren en ontwikkelt zijn motorieke vaardigheden.

3) Spiegeltje, spiegeltje

Je peuter houdt ervan om je na te doen, dus waarom zou je er geen spelletje van maken? Ga tegenover je peuter zitten en maak gekke bekken, klap in je handen en maak geluidjes. Grote kans dat je peuter hard moet lachen en je na gaat doen. Geen zin om zelf aan de slag te gaan? Draai de rollen dan eens om en doe je peuter na. Het duurt misschien even voor hij het door heeft, maar zodra het besef er is, zal hij het prachtig vinden dat mama hetzelfde doet als hij.

Leermoment: De sociale vaardigheden en fantasie van je kind worden goed gestimuleerd door dit spelletje.

4) De sjalendans

Dansen met je kind is een van de leukste dingen die je kunt doen. Je peuter gaat helemaal op in de muziek en maakt allerlei groovy danspasjes. Zorg voor leuke muziek en een paar (felgekleurde) sjaals. Zorg voor genoeg ruimte, zet de muziek hard aan en zing, dans en lach samen met je kind. Gebruik een sjaal om mee te zwieren, samen aan rond te draaien en om kiekeboe mee te spelen.

Leermoment: Door te dansen leert je kind taal en ritme te herkennen, sociaal te zijn en ontwikkelt hij zijn motoriek.

5) Een poppenvriend

Peuters kunnen soms wat op zichzelf zijn als het op leeftijdsgenootjes aankomt. Maak daarom een leuke pop van een sok. Maak er ook eentje voor je kind en teken er een leuk gezichtje op of plak er iets op. Ga vervolgens met jouw sokpop tegen de sokpop van je kind praten. Zorg voor korte zinnen en betrek je kind erbij. Laat je creativiteit je meeslepen in het verhaal, zo kun je samen eindeloos doorgaan. Je kind zal zijn nieuwe vriendje maar al te gezellig vinden en kan er later zelf mee gaan spelen.

Leermoment: Je peuter leert sociaal te zijn en beter te verwoorden wat hij wil zeggen.

6) Je lichaam uitstippelen

Zorg voor een groot vel papier waar je peuter op kan gaan liggen. Volg met een viltstift of verf zijn hele lichaam om zo een afdruk van zijn lijf te krijgen. Kleur deze vervolgens samen in, versier hem met vingerverf en handafdrukken en zet erbij welk lichaamsdeel waar zit. Je kunt er ook op bijhouden hoeveel je kind groeit, door de omtrek later opnieuw te maken.

Leermoment: Je kind leert zijn eigen lichaam kennen, ziet dat hij groeit en ontwikkelt zijn motoriek.

7) Kookles van mama

Als je met je peuter wilt gaan koken, zul je moeten accepteren dat het behoorlijk vies kan worden, dus doe een schort aan. Je kunt bijvoorbeeld samen koekjes bakken. Laat je peuter zien hoe je de bloem en boter afmeet en laat hem hierbij helpen. Laat je kind daarna de ingrediënten in de kom doen en mix ze samen door elkaar. Je peuter zal het geweldig vinden om te helpen bij het uitrollen van het deeg en het kneden van de koekjes. Eventjes in de oven en voilà, de koekjes zijn klaar. Je kind zal ontzettend trots zijn dat hij geholpen heeft bij het bakken.

Leermoment: Je peuter leert waar eten vandaan komt en hoe het gemaakt wordt. Het helpt moeilijke eters om eten te proeven en eten leuk te gaan vinden.


8) Muziekfreak

Peuters houden van muziek om op te dansen en te bewegen, maar zelf muziek maken vinden ze ook geweldig. Zorg dus voor een geïmproviseerde muziekband. Zet pannen ondersteboven neer, geef je kind twee pollepels als drumsticks en geniet van de herrie of doe gezellig mee. Je kunt ook nog leuke rammelaars maken als je kind te jong is om te slaan. Pak hiervoor een lege keukenrol of wc-rol en vul deze met wat cornflakes. Plak vervolgens op de uiteinden een stuk rond karton en het rammelinstrument is geboren. Laat zien hoe je peuter kan experimenteren met ritmes en geluiden.


Leermoment: Door te experimenteren met geluiden en ritmes, leert je peuter om oorzaak en gevolg te zien. Als hij hard slaat, krijgt hij een harde boem en als hij zacht slaat niet.

9) Doktertje spelen

Doktertje spelen is voor kinderen niet alleen leuk, maar helpt ook om de angst voor de dokter weg te nemen. Pak een knuffel, een speelgoedstethoscoop en een (keuken)we
egschaal. Stel voor aan je peuter dat hij de dokter mag zijn en jij de mama van de knuffel bent. Ga vervolgens op in het rollenspel en vraag de dokter wat er mis kan zijn met de knuffel. Binnen no-time zal je peuter een mooie ziekte hebben verzonnen. Het kan ook leuk zijn om de knuffel voor een check-up te laten gaan. Is de knuffel wel goed genoeg gegroeid? Weegt hij genoeg? Ademt hij goed? Op die manier verwerk je je peuters eigen toekomstige dokterbezoekjes in het spel.

Leermoment: De fantasiewereld van je kind wordt met dit spel enorm gestimuleerd en met een beetje geluk helpt het hem voor te bereiden op het moment dat hij zelf naar de dokter moet.


10) Eetbare kunst

Een voordeel van mama zijn, is dat je de mooist kunstwerken krijgt van je kind. Elke tekening of knutselwerk is even speciaal. Die creativiteit kun je ook stimuleren, bijvoorbeeld door je kind een 3D-tekening te laten maken. Pak een stevig vel papier en doe hier wat knutsellijm op, waar je peuter vervolgens gedroogde pasta of cornflakes op kan plakken. Zodra je peuter klaar is met zijn kunstwerk, laat je het drogen en kan hij er weer overheen verven. Het resultaat is een mooi 3D- knutselwerkje waar je trots op kunt zijn. Ook leuk om je peuter er bijvoorbeeld eentje voor oma en opa te laten maken!


Leermoment: Je kind zijn creativiteit word geprikkeld en hij leert om zijn bewegingen te controleren terwijl hij verft en plakt.




























































KLEDING VOOR JE PEUTER : COMFORTABEL
EN HIP !



Er is een ruime keuze op gebied van kinderkleding en natuurlijk wil je dat je kleine peuter er leuk, hip of eigenwijs uitziet. Toch zijn er een paar aspecten die je bij de keuze van de kleding beter in het oog kunt houden:
De kleding moet veilig zijn, de juiste maat hebben, goed te wassen zijn en het moet comfortabel zitten. En dan mag het verder hartstikke hip, leuk, speels, kek, eigenwijs en/of trendy zijn.


Veilige kleding

Bij veilige kinderkleding kun je bijvoorbeeld denken aan kleding die niet brandbaar is. Of felle kleuren voor buiten zodat hij goed zichtbaar is. Zorg ook dat de kleding de juiste maat heeft, zodat je peuter niet struikelt over te lange broekspijpen.
Kleding moet confortabel zitten en niet kriebelen. Je peuter moet zich vrij kunnen bewegen en niet worden gehinderd door bepaalde knellende, loshangende kledingstukken.

Aankleden


Als je peuter weerstand biedt tegen het aankleden, laat je peuter dan mee beslissen wat hij aantrekt. Om écht verkeerde keuzes te voorkomen (bijvoorbeeld een dun bloesje met korte mouwen op een koude winterdag) kun je een paar setjes uitzoeken waaruit je peuter kan kiezen. Beperk het aanbod tot 2 à 3 setjes. Overdaad schaadt, maar zeker een onervaren kind. Laat je peuter helpen bij het aankleden. Natuurlijk mag je hier best een beetje bij helpen door de juiste voet in de juiste pijp te stoppen. Neem de tijd voor het aankleden.
Een peuter zal op een gegeven ogenblik een voorkeur geven voor bepaalde kleding. Zijn lievelingskleding. Deze kleding geeft hem een gevoel van zekerheid en veiligheid. Maar ook lievelingskleding moet wel eens gewassen worden. Als de lievelingskleding van je peuter nog verkrijgbaar is, is het aan te raden om een extra exemplaar te kopen. (Eventueel ook in een grotere maat). Was de kleding eerst een paar keer zodat ze niet stug aanvoelen of er te nieuw uitzien.

Aankleedtips

Soms kan het een lastig ritueel zijn: Je peuter aankleden. Of hij het nou zelf doet of jij doet het voor hem, er zijn dagen dat het meer wegheeft van een partijtje vrijworstelen. Een paar aankleedtips zijn daarom misschien welkom…

Tips om hem aan te kleden


    * Laat je peuter mee kleding uitkiezen. Wil je een outfitramp voorkomen, laat hem dan uit (bijvoorbeeld) drie setjes kiezen.
    * Neem altijd de tijd voor een aankleedsessie, rust en kalmte doet een hoop.
    * Probeer hem af te leiden. Kleed hem bijvoorbeeld aan voor de TV. Terwijl hij naar Bob de Bouwer of Thomas de Stoomlocomotief kijkt, kun jij hem snel zijn kleertjes aantrekken.
    * Door hem de avond van te voren al kleertjes uit te laten zoeken (samen met jou) bespaar je tijd gedurende de ochtendspits.
    * Maak er een spelletje van.
    * Zing er een liedje bij, verzin er desnoods één zelf...

Tips om hem zichzelf aan te laten kleden

    * Doe het hem voor.
    * Kies voor zoveel mogelijk makkelijke kleding. Lastige kleding wekt alleen maar frustratie (lees: woede) op bij je peuter.
    * Help hem bij bepaalde hindernissen.
    * Laat je peuter mee kleding uitkiezen. Wil je een outfitramp voorkomen, laat hem dan uit (bijvoorbeeld) drie setjes kiezen.
    * Neem altijd de tijd voor een aankleedsessie, rust en kalmte doet een hoop.
    * Door hem de avond van te voren al kleertjes uit te laten zoeken (samen met jou) bespaar je tijd gedurende de ochtendspits.

Schoenen

Het aandoen van schoenen vertegenwoordigt ongeveer alles waar een peuter een hekel aan heeft. Hij wordt namelijk vastgehouden, er wordt voor hem iets gedaan wat hij liever zelf doet en hij voelt zich beperkt door ongemakkelijke zittende kleding.
Wat kun je hier tegen doen? Probeer makkelijke schoenen te vinden. Geen veters, geen hoge schoenen. Kies bijvoorbeeld een instapper met klittenband, deze kan je peuter zelf aan trekken.
Maar… de instapper is natuurlijk niet aan te raden voor peuters die continu hun schoenen zelf uitdoen. Minder verweer zal je peuter ook geven als hij zelf mee mag helpen zijn schoenen uit te zoeken. Blijf ook goed opletten of de schoenen inmiddels niet te klein geworden zijn. Laat de voetjes van je peuter daarom regelmatig bij een schoenenzaak opmeten. Goed passende schoenen zijn zeer belangrijk en zijn een voorwaarde om later als volwassenen goede voeten te hebben. Laat in een schoenenzaak je goed informeren. Praat ook met je peuter en leg uit waarom het nodig is dat hij zijn schoentjes aan heeft. Laat zien dat je zelf ook schoenen draagt als je naar buiten gaat. Daarnaast helpt een goed portie humor of een beetje afleiding natuurlijk altijd. En als laatste… geduld. Als je zelf ongeduldig wordt, werkt dit alleen maar averechts. Probeer er daarom voor te zorgen dat je niet op het laatste moment met het aantrekken van de schoenen begint.
In huis kan je peuter beter op blote voeten of sokken lopen. Op deze manier blijft hij beter in evenwicht en traint hij zijn spieren.

Sokken

Vermijd dikke katoenen sokken die in zijn schoenen kunnen oprollen en sokken met dikke ruwe naden. Kies liever katoenen met orlon, die goed aansluiten. Let erop dat de sokken niet te ruim of te strak zitten en trek de sokken goed op zodat ze helemaal glad zitten voor je de schoenen aan trekt.
Pas wel op met gladde vloeren. Je kunt uitglijden voorkomen door bijvoorbeeld sokjes te kopen met (anti) slipzooltjes.

Jassen en mutsen

Een jas belemmerd een peuter in zijn bewegingsvrijheid en zal daarom al snel weerstand bij hem oproepen. Maar een jas is nou eenmaal nodig. Koop in ieder geval geen jassen die te strak, te dik, te kriebelig of te zwaar zijn. Kies liever lichte, isolerende stoffen dan zware stoffen. Een jas die aan twee kanten te dragen is, kan voor een peuter heel leuk zijn. Hij kan nu zelf kiezen welke kant hij wilt dragen.
Een kind met een onbedekt hoofd en blote handen zal het kouder hebben (de meeste warmte verdwijnt via het hoofd) maar zal hiervan niet direct verkouden worden. Verkouden word je alleen van een virus, maar zijn weerstand kan wel afnemen en hem vatbaarder maken voor zo'n virus. Bij het kopen van een lekkere muts houd er dan rekenign mee dat hij is gemaakt van zacht synthetisch materiaal zoals fleece of katoen en dat hij wijd genoeg is zodat hij niet gaat knellen en daardoor irriteren.
Op erg koude dagen (gevoelstemperatuur minder dan 0 graden Celsius) bestaat er kans op bevriezing. Wanneer je peuter dan geen muts op wilt of wanten aan wilt hebben, kan hij maar beter niet buiten gaan spelen of mee gaan boodschappen doen.

Tweedehands kleding

Iedereen kent het probleem. Die leuke trui of stoere broek, die je pas een paar maanden geleden hebt gekocht, is ineens te klein. Vaak is de kleding nog mooi en weggooien is zonde. Je kunt de kleding aanbieden bij een 2e-handskledingzaak die de kleertjes voor jou gaat verkopen. Natuurlijk biedt ook internet de nodige mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan E-bay of marktplaats.nl. Deze zijn niet alleen handig voor kleding verkoop maar ook voor het aanbieden van spullen zoals speelgoed, kinderwagen, Maxy Cosy, et cetera.





























HOE WORDT JE PEUTER ZINDELIJK?


Je kunt je peuter helpen bij het zindelijk worden, maar hij zal het uiteindelijk zelf moeten leren. Ook zindelijk worden is een proces van vallen en opstaan. Ongelukjes zullen regelmatig voorkomen, ook op momenten dat je denkt dat hij allang zindelijk is. Toch zal er ook voor jouw peuter een dag komen dat hij geen luiers meer nodig heeft.

Ieder kind heeft zijn eigen tempo, je peuter moet er gevoelsmatig aan toe zijn om zijn luier overboord te gooien. Je peuter kan pas zindelijk worden wanneer zijn zenuwstelsel voldoende rijp is om de sluitspieren bewust aan te spannen en los te laten. In de praktijk is dit wanneer de luier minstens anderhalf tot twee uur droog blijft en zal hij bepaalde signalen afgeven.
Meisjes zijn meestal iets vlugger dan jongens.



Een kind is gemiddeld pas tussen zijn derde en vierde jaar overdag zindelijk. 's Nachts duurt het nog wat langer, ongeveer tussen zijn vijfde tot zevende jaar.


Wanneer beginnen?
Vaak geven peuters zelf aan wanneer ze er klaar voor zijn met de zindelijkheidstraining te beginnen. Let op de volgende signalen:
* Je ziet aan kleine gebaren dat ze willen gaan plassen of poepen. Op dat moment is het belangrijk dat je het potje snel pakt. Als hij dan inderdaad iets in het potje doet, beloon je peuter dan. Maar wees niet teleurgesteld of boos, wanneer het potje leeg blijft.
* Je peuter blijft langere tijd droog. Je peuter moet namelijk lichamelijk in staat zijn om minstens 2 uur zijn plas op te houden.
* Hij gaat interesse tonen in het naar het toilet gaan van anderen.
* Je peuter zondert zich af wanneer hij een plasje moet doen of moet poepen. Hij zal ook een afkeer krijgen van poep.
* Hij geeft aan een vieze luier te hebben door met zijn handje tegen de luier te drukken.
Pas als je peuter deze signalen afgeeft, is hij klaar om zindelijk te worden. Over het algemeen heeft het dus geen zin je peuter eerder zindelijk te willen maken. Forceren zal eerder averechts werken.

Tips
Je kunt je peuter helpen door op een goede manier te beginnen aan de training van je peuter.

* Laat hem alvast kennis maken met het potje. Betrek je peuter hier actief bij. Laat hem bijvoorbeeld een knuffel of pop op het potje zetten.
* Pak het rustig aan en forceer niets.
* Doe je peuter makkelijke kleding aan, zodat hij zelf zijn broek naar beneden kan doen.
* Maak je peuter bewust van zijn lichaam. Het bad is hiervoor een uitstekende plek. Op deze manier kun je hem leren waar de plas en poep vandaan komt. Het is gelijk een goed moment uit te leggen dat ze eigenlijk op een potje of toilet moeten plassen of poepen.
* Zorg voor een geschikt potje (een potje waar je peuter met zijn voetjes op de grond kan en waarbij hij rustig in hurkzit kan zitten).
* Houd je peuter goed in de gaten en als je aan hem ziet dat hij moet plassen of poepen, kun je hem vragen op het potje te gaan zitten.
* Oefen geen druk uit op je peuter, dit werkt alleen maar in het nadeel, maar beloon hem daarentegen als het goed is gegaan. Overigens werkt overmatig prijzen ook averechts. Je peuter kan zich naar voelen als hij toch een ongelukje heeft gehad.
* Laat je peuter niet te lang op het potje zitten, maar zet hem er regelmatig even op.
* Geef je peuter het goede voorbeeld. Je peuter imiteert graag, neem hem mee naar het toilet als je zelf gaat en vertel wat je doet.


Ongelukjes
Natuurlijk zullen zich nog wel eens 'ongelukjes' voordoen, ook als het al een tijdje goed ging. Er kunnen hier diverse oorzaken voor zijn:

    * Stress
    * Gebrek aan concentratie
    * Verzet
    * Fysieke reden
    * Te vroeg begonnen met de training

Maak er geen punt van, ruim gewoon de rommel op en ga over tot de orde van de dag. Zindelijk worden is een natuurlijk proces dat je zo natuurlijk moet proberen te benaderen. Uiteindelijk zijn bijna alle kinderen tussen hun derde en vierde jaar zindelijk.















WAT IS PEUTERPUBERTEIT?

De een noemt het de "Ik-ben-2-dus-Ik-zeg-Nee fase", de ander noemt het "terrible two’s", wij noemen het hier peuterpuberteit. Puberteit is kort samengevat een fase waarin een kind grenzen verkent, zich losmaakt en op eigen benen probeert te staan (een eigen identiteit zoekt).In feite maakt je kindje rond 2 jaar zo’n soort fase door. Hij krijgt een eigen willetje en laat dat ook gelden.

Hij merkt dat sommige dingen niet mogen, of geaccepteerd worden door zijn omgeving. Hij merkt dat hij een reactie krijgt op zijn gedrag. Je kind is koppig en heeft regelmatig driftbuien. Het aantal buien neemt af zodra je peuter beter kan praten. Rond 4 jaar is hij heel wat rustiger. Deze fase is positief. Je peuter wordt zelfstandig genoeg om de wereld alleen tegemoet te treden. Hieronder volgen verschillende tips over hoe om te gaan met driftbuien. Natuurlijk is ieder kindje anders van aard en je moet uitvinden wat bij jouw kindje het meest effectief is.

WAT DOE IK ALS MIJN PEUTER KOPPIG IS?


Als de koppige momenten niet te hevig zijn, kan je hem* het beste negeren. Vaak draait hij dan vanzelf weer bij. Wanneer je kind echt te ver gaat, maak dat dan meteen duidelijk. Blijf consequent en duidelijk, nee is nee. Geef je kind de ruimte om alles zelf te proberen: eten, zijn broekje optrekken, etcetera. Moedig zijn pogingen aan. Dat geeft het kind zelfvertrouwen. Tracht altijd de focus van je aandacht te leggen bij het positief stimuleren (prijs het kind wanneer het iets goed doet) en niet de nadruk te leggen op de negatieve dingen die het kind doet. Leidt het kind af of probeer negatief gedrag om te zetten in positief gedrag, bijvoorbeeld wanneer je kind met speelgoed gooit, zeg dan bijvoorbeeld, ach, het beertje wil niet op de grond, het wil graag voor het raam zitten. Wanneer hij het opraapt en wegzet voor het raam, prijs hem dan. Doe het eventueel samen met je kind, wanneer het protesteert.

WANNEER OF WAAROM WORDT MIJN PEUTER DRIFTIG?

Als hij iets niet mag of kan, moe of ziek is. Ook bij een onbekende situatie of te hoge eisen. Je peuter kan zijn gevoelens nog niet uitleggen en wordt hier heel boos om. Je merkt het onmiddellijk: Hij laat zich op de grond vallen, slaat met zijn armen en/of schopt met zijn benen, of bonkt met zijn hoofd op de grond.


 
WAT DOE IK ALS MIJN PEUTER DRIFTIG IS?
   
Tijdens de bui is je kind moeilijk te kalmeren. Zorg dat hij zichzelf of zijn omgeving niet beschadigt. Bij een driftbui raakt je kind overspoeld door emotie: woede. Hij heeft geen beheersing over zichzelf en doet dingen die hij anders nooit zou doen. Dat is een angstige ervaring. Na afloop kan hij helemaal ontredderd zijn en zich gedragen alsof hij weer een beetje baby is.
 
Laat hem rustig uitrazen. Bij sommige kinderen werkt beetpakken kalmerend, maar de meeste worden er nog razender van. Andere kindjes kalmeren weer beter door ze even in afzondering te plaatsen.
 
Schopt hij, slaat hij of gaat hij dingen kapotmaken, stel dan duidelijke grenzen. Geef zeker niet toe. Dat geeft je kind de indruk dat hij met een driftbui iets kan bereiken. Maak duidelijk dat hij aanvaard wordt, maar niet zijn boosheid.
 
Schud je kind nooit door elkaar om het te kalmeren. Dit helpt niet en kan zelfs gevaarlijk zijn.
 
Na afloop troosten. In zijn ontredderde toestand kan hij wel wat troost gebruiken, ook al was de aanleiding tot de driftbui een conflict met jou.
 
Wat moet ik NIET doen als mijn peuter een driftbui heeft?
 
Het is soms moeilijk om je te beheersen want woede is besmettelijk. Maar wordt zelf niet kwaad en ga niet schreeuwen. Dat zal hem alleen nog woedender te maken.
 
Ga niet redeneren of tegensputteren. Drift is niet vatbaar voor rede.
 
Niet straffen, of juist belonen door hem zijn zin te geven. Je moet voorkomen dat een driftbui kan gaan dienen om aandacht te krijgen.
 
Wanneer je in omstandigheden verkeert dat de driftbui je in verlegenheid kan brengen, ga hem dan niet extra voorzichtig behandelen. Daardoor plaats je je kindje in een machtspositie. Dat is beslist niet goed voor jou of voor hem. Bovendien geeft onduidelijkheid en inconsequentie in regels een onveilig gevoel bij je kind.





























Zo lees je voor!


Voorlezen is niet alleen gezellig en leuk, maar het is ook nog eens heel goed voor de ontwikkeling van je kind. Je stimuleert de fantasie, taalontwikkeling en creëert een moment voor jullie twee.

3 Maanden
Al vanaf dat je baby nieuwsgierig om zich heen kijkt kun je beginnen met voorlezen. In een kartonboekje bekijk je samen de plaatjes (liefst van herkenbare onderwerpen), wijs ze aan en benoem ze.

2 -4 jaar
Peuters vinden het leuk om een kort verhaal te horen bij de plaatjes die je laat zien. Vanaf drie of vier jaar mogen de verhaaltjes al moeilijker zijn. De prenten blijven belangrijk en eenvoudige teksten met rijm en herhaling doen het goed. Daardoor word je kind gestimuleerd om mee te denken, te onthouden en de zinnen aan te vullen.




5 jaar en ouder
Vanaf nu kun je langere verhalen gaan voorlezen. Het is leuk om samen te voorspellen hoe het gaat aflopen of na te praten over een bepaald karakter. Geef tijdens het voorlezen meer aandacht aan moeilijke woorden, zo leert kind die vanzelf kennen.

Wist je dat voorlezen...

  • De woordenschat vergroot?
  • De fantasie prikkelt?
  • Sociaal-emotionele vaardigheden stimuleert?
  • Bijdraagt aan taalgevoel en -begrip?
  • Motiveert om zelf te leren lezen?

10 Handige voorleestips
Niet iedereen kan zo goed voorlezen als meneer Aart uit Sesamstraat. Daarom wat tips op een rij.

1) Zorg voor een vast voorleesmoment, bijvoorbeeld voor het slapen. Zo kan je kind zich erop verheugen en zich volledig concentreren.

2) Kies een boek dat niet alleen je kind, maar ook jij leuk vindt om voor te lezen. Dat helpt bij het spontaan vertellen van het verhaal.

3) Lees een nieuw boekje altijd even zelf door. Zo kun je alvast de moeilijke woorden spotten en stemmetjes of vragen bedenken.

4) Maak gebruik van je stem, varieer in hoog en laag, snel en langzaam zodat het verhaal interessant wordt. Als je hele lichaam mee beweegt is het helemaal fantastisch!

5) Zorg dat het boekje aansluit bij de belevingswereld van je kind, anders is de aandacht zo weg.

6) Herhaling is goed voor je kind. Lees daarom vaker hetzelfde verhaal voor. Elke keer pikt je kind weer nieuwe dingen op.

7) Luistert je kind niet goed? Gebruik dan dingen, zoals een knuffel of pop, die je bij het verhaal kunt betrekken.

8) Geef af en toe de kans om op het verhaal te reageren, zo houd je het levendig. Bekijk de plaatjes en vraag hem wat er te zien is.

9) Lees niet te lang voor, stop met voorlezen als de aandacht echt teveel verslapt.

10) Praat na over het verhaal, bijvoorbeeld de volgende dag. Wat was er spannend en leuk? Of laat je kind het tegen zijn zus of broer vertellen. Dit versterkt de verhaalbelevenis en stimuleert de fantasie.


HOE VERANDERT JE PEUTER SNEL VAN GEDRAG?

Leid je kind af. Bij jonge kinderen lukt dit redelijk makkelijk. Gooit je kind in huis met spullen, wijs dan naar iets leuks op tv of in een boekje.
 
Negeer je kind. Je hoeft niet altijd op alles te reageren. Gebruikt je kind lelijke woorden (die het vaak zelf niet snapt), dan kan je daar maar beter geen aandacht aan schenken. Er wel aandacht aan geven lokt soms nog extra negatief gedrag uit.
 
Laat je kind de gevolgen van zijn gedrag ondervinden. Is het koud buiten en weigert je kind om handschoenen aan te doen, laat het dan de last ondervinden van het niet-luisteren. Doe dit niet in een gevaarlijke situatie.
 
Corrigeer het gedrag. Moedig het gewenste gedrag aan. Neemt je kindje iets af van zijn broertje, zeg dan dat het daar eerst om moet vragen.
 
Beloon of bevestig je kind als het dit goed doet!


Kindveilig huis: Veilig glas

 


Als u thuis deuren met glas erin heeft - of veel ramen - pas dan op met kleine kinderen. Die kunnen tijdens het spelen in hun enthousiasme door een glazen ruit vallen, of ze zien het glas simpelweg niet en lopen of rennen dan gewoon door de ruit.

Soms gebeuren glasongevallen door bouwfouten. Dan is het glas te laag, met een te groot oppervlak of op een verkeerde plaats aangebracht. We noemen enkele veel voorkomende bouwfouten, die tot ongelukken kunnen leiden:

    * Glazen afscheidingen zijn te groot, hierdoor ziet u vaak niet meer dat het glas is. Bijvoorbeeld glazen puien en schuifdeuren naar balkon of tuin, die tot de grond doorlopen.
    * Een ondoordachte indeling, zoals een glazen paneel in een gang tegenover de trap.
    * Verkeerde draairichtingen van deuren met glaspanelen.
    * De hoogte van vloer tot raam bij toepassing van normaal glas is lager dan 90 cm. Binnendeuren zijn vaak voorzien van glasoppervlak dat al enkele decimeters boven de vloer begint.

U kunt ervoor kiezen om ander, veilig glas te laten plaatsen op plekken in uw huis die voor kinderen een risico vormen. Veiligheidsglas vermindert de risico’s aanmerkelijk. Beglazing noemen we veilig, wanneer breuk vrijwel uitgesloten is, of wanneer bij een breuk geen gevaarlijke scherven ontstaan. Tot veilige beglazing kunnen worden gerekend:

Gehard glas

Gehard glas is ongeveer 5x zo sterk als gewoon glas van dezelfde dikte. Bij breken valt het uit elkaar in kleine stukjes die geen diepe wonden kunnen veroorzaken. Gehard glas is dus ideaal om toe te passen op plaatsen waar glas snel kan breken, zoals tochtdeuren en buitenpuien. Omdat er na de breuk een gat ontstaat, moet gehard glas niet worden toegepast op plaatsen waar dat gevaarlijk kan zijn, zoals bij balustrades.

Gelaagd glas

Gelaagd glas bestaat uit twee of meer ruiten, die met elkaar zijn verbonden door een transparante en onzichtbare tussenlaag van kunststof. Een voorruit van een auto is gemaakt van gelaagd glas. Het grote voordeel van gelaagd glas is dat er geen stukken uitvallen als het breekt. Die kunststof tussenlaag houdt alles bij elkaar. Gelaagd glas is dus wel veiliger, maar niet sterker dan gewoon glas. Gelaagd glas is aan te bevelen voor balkonruiten en op al die plaatsen waar er een grote kans bestaat dat iemand door het glas kan vallen.

Kunststof plaatmateriaal

Kunststof plaatmateriaal kan ook als veilige beglazing dienen. Vooral policarbonaat leent zich hier goed voor: het is uitzonderlijk sterk en vrijwel onbreekbaar. Zelfs voor gebogen vlakken is het uitstekend te gebruiken. Kunststoffen zijn een uitstekende mogelijkheid op plaatsen in en om huis waar gehard glas niet veilig genoeg is, bijvoorbeeld balustrades.

Veiligheidsfolie


Veiligheidsfolie komt niet in plaats van het gewone glas, maar wordt erop geplakt. Bij breuk van het glas worden de scherven net als bij gelaagd glas door de folie bij elkaar gehouden. Het grote voordeel van veiligheidsfolie is dat het in bestaande situaties kan worden aangebracht. Veiligheidsfolie moet worden aangebracht door een gespecialiseerd bedrijf.

Alternatieven

Vindt u de hier genoemde mogelijkheden wat al te ingrijpend, dan kunt u het volgende doen:

    * Maak grote glasoppervlakken zichtbaar door er stickers op te plakken of iets voor het glas te hangen. Er zijn verschillende decoratieve merktekens van plakplastic in de handel.
    * Scherm de onderzijde van een groot glasoppervlak af met bijvoorbeeld houten latjes of een plaat board.






















MIJN PEUTER WIL ZIJN SPEELGOED NIET DELEN

Mijn peuter wil zijn speelgoed niet delen

Peuters kunnen erg bezitterig zijn. Ze houden er niet van om speelgoed te delen met andere kinderen. Je kan je dan als ouder voor je kind schamen. Vooral als er bezoek is met kinderen erbij. Een ander kindje hoeft maar naar het speelgoed te wijzen, of je peuter begint hysterisch te krijsen. Of erger, hij duwt de ander van zijn favoriete loopfietsje af.

Veel voorkomend gedrag
Dit gedrag komt veel voor bij peuters. Maar je kunt wel beginnen met oefenen in leren samenspelen. De volgende tips kunnen helpen.

Bereid je kind voor.
Als je weet dat er een ander kindje op bezoek komt, vertel dit dan aan je peuter. Zeg wie er komt spelen en wat je van je kind verwacht.

Kies samen speelgoed uit.
Kies samen met je peuter met welk speelgoed het andere kindje mag spelen. Berg lievelingsspeelgoed liever even op als je verwacht dat het "oorlog" wordt.

De regels van het spel.
Leg nogmaals uit wat de bedoeling is, als het bezoek is gearriveerd. "Kijk Liza, dit speelgoed heeft Jochem uitgezocht om samen mee te spelen." Help de kinderen even op gang met hun spel. Als er favoriet speelgoed is, gebruik dan een kookwekker om de beurten te verdelen.

Geef complimenten voor goed gedrag.
Geef regelmatig een complimentje voor leuk samen spelen of delen. "Wat zijn jullie leuk aan het spelen." Of: "Wat lief dat Liza op het fietsje mag. Jij krijgt van mij een dikke kus."

Grijp in als het mis gaat.
Als er speelgoed wordt afgepakt of er wordt geduwd, grijp dan meteen in. Zeg wat niet mag en geef een alternatief. "Jochem, niet afpakken. Daar was Liza mee aan het spelen. Geef de auto terug aan Liza. Jij kunt met deze auto spelen." Geef meteen een complimentje als je kind doet wat je zegt. Gehoorzaamt Jochem niet, pak dan het speelgoed af. Geef het zelf aan Liza en zeg hoelang zij er mee mag spelen. Negeer protest of huilbui. Reageer hetzelfde als een ander kind het speelgoed van je peuter afpakt.

Apart nemen.
Als je peuter een driftbui krijgt of gaat meppen, zet hem dan even apart op een stoeltje of kussen bij je in de buurt. Gebruik geen termen als stout of straf. Leg wel uit wat de bedoeling is: "Je mag Liza niet slaan. Nu moet je even hier bij mij komen zitten." Een paar minuten is meestal genoeg. Het gaat erom dat je peuter even uit de situatie wordt gehaald en weer kalmeert. Praat er niet meer over als de tijd om is. Geef je kind een nieuwe kans om het weer te proberen. Help hem op gang en prijs goed gedrag zodra het zich voordoet.
Oefening baart kunst
Blijf wel realistisch. Verwacht niet meteen wonderen van deze aanpak. Samen spelen en delen is vooral veel oefenen voor een peuter.




Sint keuze 2016

TIPS VOOR JONGE KINDEREN BIJ HITTEGOLF EN OZONPIEKEN

Zon Bij hitte etenBij hitte drinken

Hitte (en ozon) kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Hitte kan aanleiding geven tot uitdroging, hittekrampen, uitputting of zelfs tot een hitteslag. Veel ozon in de lucht kan volgende gezondheidsproblemen veroorzaken:
• kortademigheid of abnormaal ademen (vermindering longcapaciteit);
• oogirritatie;
• keelirritatie;
• hoofdpijn.
Deze problemen worden ernstiger bij een hoger ozongehalte in de lucht, bij een langere blootstelling, bij gevoelige personen en bij lichamelijke inspanningen.
Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid heeft een folder opgesteld met tips voor baby’s, peuters en kleuters.

Bijkomende risicofactoren
• bij grotere inspanningen (rennen, springen, ravotten, ...) verliest het kind meer lichaamsvocht en ademt het meer ozon in;
• ziekte maakt het kind nog gevoeliger (bv. bij koorts, diarree, braken of kinderen met bv. astma, suikerziekte, hart- en vaatziekten of nierziekten, ...);
• sommige geneesmiddelenverhogen de gevoeligheid voor hitte en/of zonnestralen, of versterken de gevolgen ervan: informeer op voorhand bij de arts of apotheker
- of zij een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid gedurende een hitteperiode
- of de dosis aangepast moet worden;
• milieu-invloeden: windstilte, aanwezigheid van andere luchtverontreiniging zoals uitlaatgassen, fijn stof, ...;
• lokale factoren: in een stad is het steeds een paar graden warmer dan op het platteland, aan zee of in een bos.

Hoe problemen voorkomen?
Voldoende drinken
• Kinderen jonger dan 6 jaar die borstvoeding krijgen moeten vaker worden aangelegd, op vraag van de baby, indien nodig om het uur.
Moeders die borstvoeding geven moeten ook extra drinken.
• Kinderen die flesvoeding krijgen, moeten meer voeding krijgen op het moment van de voeding. Bij extreme hitte kan je eventueel aan kinderen jonger dan 6 maanden die flesvoeding krijgen een kleine hoeveelheid orale rehydratieoplossing geven (te verkrijgen bij de apotheek). Dit mag niet ten koste gaan van de dagelijkse melkvoedingen en wordt daarom best tussen de maaltijden gegeven.
Bij borstvoeding wordt dit niet aangeraden en moet je het kind enkel extra aanleggen;
• Laat de kinderen ouder dan 6 maanden meer en vaker drinken dan gewoonlijk. Voor kinderen tussen 1 en 3 jaar is 1l een minium, voor kinderen van 3 en 4 jaar wordt minimaal 1,5 l per dag aangeraden. Beter vaker kleinere hoeveelheden dan grote hoeveelheden in één keer.
Zij krijgen bij voorkeur plat water, als tweede keuze vers ongezoet (verdund) fruitsap, lichte kruidenthee, afgekoelde bouillon,... Geef ze drinken vóór ze dorst hebben, een kind heeft pas dorst als het al licht uitgedroogd is.
• Vermijd cafeïnehoudende (thee, cola, koffie, ...) en gesuikerde dranken. Zij verstoren de natuurlijke vochtregulatie van het lichaam. Te koude dranken kunnen buikkrampen geven;
• Hou baby’s en jonge kinderen in het oog en wees alert voor tekenen van uitdroging.

Koelte
• Zoek de koelte op en/of koel het kind regelmatig af (douche, bad, zwembad, besprenkelen met water, ...);
• Beperk lichamelijke inspanningen (sport- en spelactiviteiten, ravotten) of laat de kinderen frequent rusten en geef ze voldoende te drinken;
• Verleg inspannende activiteiten naar koelere dagen of naar koelere perioden van de dag. ’s Ochtends vroeg (en ’s avonds laat) is er ook minder ozon in de lucht. Vóór 11 uur (of na 22 uur) zijn de veiligste uren van de dag.
• Blijf binnen, maar hou de zon buiten. In de binnenlucht is er minder ozon dan in de buitenlucht;
• Verlucht, hou de slaapkamer fris, maar stel de kinderen niet bloot aan tocht. Een ventilator doet de warme lucht circuleren, maar geeft weinig of geen verkoeling;
• Pas de kleding aan: lichte kleding (katoen), licht van kleur, hoed of petje tegen de zon.
• Gebruik een zonnecrème (minstens beschermingsfactor 30 of 50), zonnebril en een zonnescherm/ parasol. Stel baby’s jonger dan 1 jaar niet rechtstreeks bloot aan de zon, laat ook bij de oudere kinderen een T-shirt aan;
• Pas het menu aan (beter licht verteerbare voeding). Bewaar het voedsel steeds koel (1-5 °C) om bederving tegen te gaan;
• Laat kinderen nooit achter in een geparkeerde auto. Door de zon loopt de temperatuur in enkele minuten heel hoog op, zelfs met een open raam. Vermijd lange autoritten.

Tekenen van uitdroging tot hitteslag
Kinderen zijn gevoeliger voor hitte omdat ze hun lichaamswarmte nog niet zo goed kunnen regelen. Probeer de tekenen van ‘hittestress’ te herkennen.

Hittestress
Als kinderen klagen over dorst, het erg warm hebben of prikkelbaar zijn door de hitte kunnen dit de eerste tekenen zijn van uitdroging. Andere symptomen kunnen zijn:
• minder tranen;
• minder urine, donkergeel gekleurd;
• rusteloos of slaperig.
•Haal het kind uit de zon naar een koele plaats, zorg dat het veel en regelmatig drinkt en doe overtollige kleren uit. Bij twijfel, contacteer een arts.

Uitdroging
Een verder stadium van uitdroging herken je aan:
• een droge, plakkerige mond (weinig speeksel - kijk in de mond van het kind);
• geen tranen;
• geen urine meer (droge luiers bij baby’s);
• als je de huid van je kind tussen je vingers houdt, veert deze niet meteen terug;
• ingevallen ogen.
• Contacteer zo snel mogelijk een arts.

Hittekrampen
• spierkrampen in de buik, armen en benen door overvloedig zweten bij lichamelijke inspanningen. De krampen verdwijnen meestal bij rust.
Als uitdroging of hittekrampen niet herkend en behandeld worden, kan het kind uitgeput geraken. Dit gaat gepaard met overvloedig zweten, hoofdpijn, spierpijnen, duizeligheid, zwakte en vermoeidheid. In ernstige omstandigheden kan dit leiden tot bewusteloosheid.  -->Raadpleeg onmiddellijk een arts.

Hitteslag
Dit is een medische urgentie en is gekenmerkt door
• een hoge lichaamstemperatuur die, zelfs met koortswerende middelen, moeilijk naar beneden te krijgen is.
• misselijkheid en mogelijk braken,
• een rode en droge huid,
• verwardheid,
• kortademigheid
• een snelle hartslag.
• Dit kan gevolgd worden door bewustzijnsverlies en shock.
•Koel het kind onmiddellijk af en verwittig de hulpdiensten (100 of 112).

Eerste hulp bij hittegevallen: AFKOELING, RUST en DRINKEN
• zoek een koele plek uit de zon waar het kind kan rusten;
• als het kind bij bewustzijn is, laat het drinken;
• koel het kind af door kleren uit te doen of nat te maken en voorzichtig gedurende enkele minuten ijszakjes (gewikkeld in een doek) in de nek, armplooien of liezen te leggen;
• verwittig onmiddellijk de dokter of hulpdiensten (112) bij tekenen van uitputting of hitteslag.


Kindveilig huis: Keuken


Kinderen lopen verbrandingen in de meeste gevallen op in de keuken. Dat komt door het omvallen of omtrekken van een pan van het fornuis of aanrecht tijdens het koken. Maar er schuilt ook in andere hoeken van de keuken gevaar voor verbranding, want als uw kind via een la omhoog kan klauteren zit hij in een mum van tijd bij de heetwaterkraan of oven. Hieronder per ‘keukengevaar’ een aantal tips:

Vaatwasser

  • Tijdens en direct na een wasbeurt kan er stoom vrijkomen uit de vaatwasser die brandwonden kan veroorzaken. Laat uw kind dus niet bij de vaatwasser wanneer deze aan staat of net klaar is.
  • Wees er zeker van dat de vaat voldoende is afgekoeld voordat u de vaatwasser opent.
Fornuis
  • Gebruik zoveel mogelijk de achterste pitten van het gasfornuis.
  • Draai de stelen van de pan naar de zijkant of naar achteren tijdens het koken.
  • Met een fornuisrekje voorkomt u dat pannen omvallen of dat uw kind pannen kan omtrekken van het fornuis. U kunt een fornuisrekje kopen bij babyspeciaalzaken, thuiszorgwinkels of doe-het-zelfzaken. Let op: het fornuisrekje kan warm worden.
  • Veranker een losstaand fornuis aan de muur of vloer. Als uw kind dan op de ovendeur of greep van een lade gaat staan, kan het toestel niet naar voren vallen.
  • Zet geen stoelen of andere opstapmogelijkheden in de keuken die een kind kan gebruiken om bij het fornuis te komen.
Oven
  • Als de oven aanstaat, kan de buitenkant van de ovenruit erg heet worden. Kinderhandjes en gezichtjes kunnen eraan blijven plakken. Een ovenruitbeschermer schermt de hete ruit af. Let op: de ovenruitbeschermer wordt wel warm.
  • Een kind kan de ovendeur als opstap gebruiken om bij de kraan of het fornuis te komen. Zet de ovendeur daarom vast met een ovenslot.
  • Zet geen stoelen of andere opstapmogelijkheden in de keuken die een kind kan gebruiken om bij de kraan te komen.
  • Leer uw kind van twee jaar of ouder hoe u met de kraan omgaat; eerst de koude kraan opendraaien, daarna pas warm water erbij en bij het afsluiten precies andersom; eerst de warme kraan dichtdraaien, daarna de koude. Kinderen jonger dan twee jaar kunnen dit nog niet onthouden.
  • Laat een kraan monteren met temperatuurbegrenzer. Deze begrenzer kan door een volwassene eenvoudig ingesteld worden, voor een kind is dit niet mogelijk.
  • Laat een minithermostaat monteren, net boven de plaats waar de waterleidingen uit de muur komen. Deze thermostaat regelt dan de temperatuur van het water dat uit de kraan komt.]
Keukenladen
  • Uw kind kan laden als opstap gebruiken om bij de kraan of het fornuis te komen. Zet laden daarom vast met een sluithaakje. Een sluithaakje is een kunststof haakje dat aan de binnenkant van een lade of deurtje bevestigd kan worden.
Wat kunt u verder doen om brandwonden tijdens het koken te voorkomen?
  • Houd uw kind weg uit de keuken tijdens koken. Als u een open keuken heeft, kunt u afspraken maken met uw kind. Zeg tegen uw kind dat hij niet bij het fornuis, de kraan of de oven mag komen. Laat uw kind in een hoekje spelen, of laat hem iets doen wat hij op veilige afstand van het fornuis, de kraan of de oven kan uitvoeren.
  • Zet apparaten die heet kunnen worden achter op het aanrecht (denk aan een tosti-ijzer of frituurpan), zodat uw kind er niet bij kan en het kan omtrekken.
  • Maak de snoeren van de apparaten, bijvoorbeeld van het koffiezetapparaat en waterkoker, zo kort mogelijk en leg ze achter op het aanrecht.
  • Leeg na gebruik de waterkoker.
  • Laat de frituurpan op een veilige plek afkoelen, daar waar een kind er niet bij kan.
  • Zet kannen hete thee of koffie buiten bereik van uw kind.
  • Berg lucifers en aanstekers goed op zodat een kind er niet bij kan.




Kindveilig huis:
Deurbeveiligers

Iedereen heeft wel eens met zijn vingers tussen de deur gezeten. Vrijwel geen kind wordt groot zonder deze pijnlijke ervaring. Meestal is het leed te overzien. Maar toch worden er nog elk jaar teveel kinderen op een Spoed Eisende Hulpafdeling van een ziekenhuis behandeld voor een gekneusde of gebroken vinger. 
Een val uit een raam of van een balkon komt gelukkig veel minder vaak voor, maar de gevolgen zijn wel vele malen ernstiger.

Er bestaan meerdere veiligheidsproducten om dit soort ongelukken te voorkomen. Deze producten zijn o.a. verkrijgbaar bij doe-het-zelf-zaken.

Deurbuffer
Met een deurbuffer kan een deur niet snel dicht slaan. Het product is eenvoudig boven aan de deurpost te monteren met behulp van vier schroeven. Alleen als de deur voorzichtig wordt gesloten, schuift de veer van de deurbuffer naar binnen. Bij het dichtgooien of dichtwaaien van de deur blokkeert de deurbuffer. Een nadeel van de deurbuffer is dat het alleen op binnendeuren werkt, buitendeuren zijn te zwaar.

Deurspleetbeveiliger

Een deurspleetbeveiliger voorkomt dat kinderen hun vingers aan de scharnierkant van de deur beknellen. Het is een voorgevormde strip gemaakt van kunststof of aluminium die de spleet tussen de deurpost en de deur aan de scharnierkant helemaal afdekt, ook als de deur openstaat.
De strip wordt met een kleefband of met schroeven aan de scharnierkant op de deurpost bevestigd. De strips zijn te koop in verschillende maten. De strip hoeft niet de hele deurspleet te bedekken. Het plaatsen van een strip vanaf de grond tot 1,20 m is voldoende, omdat op die hoogte de meeste beknellingen plaats vinden.


Deurklem
Voor een deur die tijdelijk open mag blijven staan, is de deurklem een goede oplossing. De deurklem bestaat uit een metalen bladveer met aan de uiteinden twee blokjes of een flexibele kunststof wig. De deurklem is eenvoudig onder de geopende deur te plaatsen, waarna deze muurvast staat. De deur kan niet dichtvallen of worden dichtgedaan. Er kan dus niemand beklemd raken. 

Deurstop
Voor een deur die op een kiertje mag blijven staan, is een deurstop een mogelijkheid. De stop (meestal gemaakt van zacht kunststof) wordt boven of aan de zijkant op de deur geplaatst en voorkomt dat de deur onverwacht dicht slaat. Hoe dichter de stop bij de scharnierkant wordt geplaatst, des te groter is de kier die open blijft.

Deurklink

Als een kind een ruimte (bijv. een kelder) niet in mag, kunt u de deurklink verticaal monteren. Zo kan een kind moeilijker bij de deurklink om de deur te openen. Ook zijn er deurklinken te koop die u alleen kunt openen door een knop naar voren te duwen of in te drukken en tegelijk de klink naar beneden te duwen.

Goedkope snelle oplossingen voor de deur
Als u de risico’s in de hand wilt houden, maar de aanschaf van deze producten te kostbaar of te ingrijpend vindt, dan is één van de volgende mogelijkheden misschien een oplossing:
    * Een dikke badhanddoek over de deur hangen.
    * Een haakje aan de deur om de deur vast te zetten.
    * Een wigvormig blokje onder de deur schuiven.

Kindveilig huis: Raam en balkon


Tips om vallen te voorkomen:

    * Zorg dat je kind nergens op kan stappen. Zet dus bijvoorbeeld geen plantenbakken en stoelen op het balkon.
    * Plaats raambeveiligers op de ramen van de eerste verdieping en hoger.
    * Let altijd op als kinderen op het balkon zijn. Of als er ramen openstaan.
    * Scherm het balkonhek af, indien de afstand tussen de spijlen groter is dan 10cm.
    * Zet een bed of stoel niet bij het raam.


Raambeveiliging

Een raambeveiliger voorkomt dat een raam verder dan 10 cm open kan. Genoeg voor wat frisse lucht en veilig voor een kind. De raambeveiliger wordt naast de bestaande raamsluiter gemonteerd. Ramen die van een raambeveiliger zijn voorzien, kunnen na het uitvoeren van een bepaalde handeling (die door kinderen niet of moeilijk is uit te voeren) ook helemaal open. Er zijn aparte raambeveiligers voor houten ramen, voor kunststof ramen en voor naar binnen of naar buiten draaiende ramen.

Raamsluiting met extra slot

Naast de raambeveiliger zijn er ook gewone raamsluitingen met een extra slot in de handel die een kind vrijwel onmogelijk open kan krijgen. Om het raam te openen zijn namelijk twee handelingen gelijktijdig noodzakelijk. Dit soort raamsluitingen moet in plaats van de bestaande sluiting worden gemonteerd.

Raamhekje
Lage ramen die geopend kunnen worden, kunt u afschermen met een raamhekje. Dit voorkomt dat kinderen uit het raam kunnen vallen. Het hekje wordt gemonteerd tussen de beide kozijnen. U kunt het hekje ook gebruiken om ramen af te schermen waar kinderen bij kunnen door ergens op te klauteren.

Balkonbeveiliging

Om ervoor te zorgen dat een kind niet tussen de spijlen van het balkon door kan, mag de afstand tussen de spijlen niet meer zijn dan 10 cm. Is de afstand groter, bevestig dan een plexiglas of houten plaat voor de afscherming over de gehele lengte en hoogte. U kunt ook een stevig doek tussen de spijlen doorvlechten. Zorg ervoor dat het doek goed strak bevestigd wordt aan de spijlen. Let op dat er geen klimmogelijkheden op het balkon staan zoals plantenbakken, stoelen, etc.






EEN GOEDE TANDENVERZORGING

Een goede gebitsverzorging is belangrijk. Voor jou maar ook voor je kindje. Zodra de eerste tandjes doorkomen is het van groot belang dat ze verzorgd worden.
Ten eerste is een stralend wit gebit natuurlijk een mooi gezicht, maar een sterk gebit met een goede kauwfunctie is o.a. ook belangrijk voor je spijsvertering.
Je kunt gelukkig zelf veel doen om een gebit mooi en sterk te houden. En jong geleerd is oud gedaan!

De eerste tandjes

De eerste tandjes komen te voorschijn als je kindje zo'n 5 tot 6 maanden oud is. Sommige kindjes hebben hier helemaal geen last van en merk je het pas als je het tandje kunt zien dat door is gekomen. Andere kindjes kunnen er een beetje huilerig van worden en wat meer zeuren. Je baby kan wat slechter gaan slapen omdat hij last heeft van de pijn, hij kan ook wat last krijgen van diarree en koorts (hoewel deskundigen elkaar hierover tegenspreken). Er zijn wel wat middeltjes om de pijn een beetje te verzachten. Zodra het tandje door is, verdwijnen alle kwaaltjes weer net zo snel als dat ze zijn gekomen.

Een volledig melkgebit

Een baby heeft nog geen tanden nodig omdat hij alleen maar melk drinkt. Je ziet bij een baby nog geen tandjes, maar ze zitten er wel degelijk! Alleen zitten ze de eerste tijd verborgen onder het tandvlees. Ongeveer een half jaar na geboorte, zullen de eerste tandjes door gaan komen. Op ongeveer 3 jarige leeftijd is het melkgebit compleet. Het eerste gebit wordt een melkgebit genoemd. Een volledig melk gebit bestaat uit 20 elementen. Per kaakhelft treffen we aan:

  • 2 snijtanden
  • 1 hoektand
  • 2 melkkiezen

Een volledig volwassen gebit

Tussen het zevende en twaalfde jaar wordt het melkgebit gewisseld. Hierdoor ontstaat het definitieve gebit. Verstandskiezen komen echter pas veel later (vanaf het achttiende jaar). Het kan ook gebeuren dat deze nooit doorkomen.
Een volledig gebit bestaat uit 32 elementen. In iedere kaakhelft treffen we van voor naar achteren aan:

  • 2 snijtanden
  • 1 hoektand
  • 2 valse kiezen
  • 3 ware kiezen (de laatste is de verstandskies)

Hoe komen de eerste tandjes door?

Met zes maanden kun je het eerste tandje verwachten. Bij ieder kind is de volgorde waarin de tanden verschijnen verschillend, maar hieronder staat een overzicht met de gemiddelde volgorde.

Gemiddelde leeftijd Soort tandje
6 maanden Beneden voortand
6,5 maanden Beneden voortand
7 maanden Boven voortand
8 maanden Alle boven voortanden
9 maanden Andere beneden voortanden
12 maanden Eerste kies
18 maanden Vier kiezen
20 maanden Vier hoektanden
24 maanden aatste vier kiezen

Problemen bij het doorkomen van tandjes

De pijn bij het doorkomen van een tandje wordt veroorzaakt door het tandvlees dat zich over het doorkomende tandje spant. Daarnaast neemt in dezelfde periode de bescherming af tegen bacteriën die je kindje automatisch van jou heeft meegekregen. Nu moet hij zelf zijn afweerstoffen gaan maken. Op dit moment is zijn weerstand daarom iets lager.
Als je kindje wat hangerig is, lusteloos of, huilerig kan het natuurlijk van een doorkomend tandje komen, – trek echter niet automatisch deze conclusie. Je kindje kan natuurlijk ook gewoon'ziek zijn. Als je het niet vertrouwt, ga dan voor de zekerheid met je kindje naar de huisarts. Doe dit in ieder geval als je kindje al drie dagen koorts heeft.
Andere signalen voor het doorkomen van tandjes zijn vuurrode wangen, meer kwijlen en heeft meer behoefte aan kauwen en zuigen om de pijn in het tandvlees een beetje te verzachten. Je baby kan wat slechter gaan slapen omdat hij last heeft van de pijn, hij kan ook wat last krijgen van diarree en koorts (hoewel deskundigen elkaar hierover tegenspreken).
Zodra het tandje eenmaal door is, verdwijnen alle kwaaltjes gelukkig weer net zo snel als dat ze zijn gekomen.

Verzachten van de pijn bij doorkomende tandjes

Voorkomen dat je kindje pijn heeft, dat gaat helaas niet, maar je kunt de pijn wel een beetje verzachten. Dit kan op de volgende wijze:

  • Masseer de plaats van de doorbraak zachtjes met je vinger, je kunt eventueel ook de bolle kant van een theelepeltje gebruiken.
  • Laat je kindje bijten op een bijtring of rammelaar.
  • Bij koorts kun je je kindje – in overleg met huisarts of apotheek – een zetpilletje paracetamol geven (120 mg).
  • Gebruik geneeskrachtige druppeltjes die lidocaïne bevatten (Dentinox), deze stof verdooft een beetje het tandvlees waardoor de pijn wat minder wordt. Je kunt dit maximaal vier keer per dag herhalen. Houd er rekening mee dat je kindje na de behandeling drie kwartier niet mag eten of drinken. Het middel kun je kopen bij de drogist of apotheek. Lees voor het gebruik goed de gebruiksaanwijzing.
  • Wanneer je voor homeopathische wijze de pijn wilt onderdrukken, kun je Chamodent tabletjes of druppels gebruiken. Wanneer je kiest voor de tabletjes houd er dan rekening mee dat de tabletjes eerst moeten worden fijngemalen voordat je het tandvlees er mee in kunt smeren.
  • Meer kauwen en zuigen kan de pijn een beetje verzachten. Je kunt je kindje hiervoor wat rauwe groente of gekoeld fruit geven. Laat je kindje echter nooit alleen als je hem dit geeft, want hij zou erin kunnen stikken. Andere alternatieven om op te sabbelen zijn: soepstengel, beschuit, geschilde appel, selderijstengel, geschilde komkommer, schoongemaakte wortel, volkorenbiscuit of peuterbiscuit, et cetera.

Tanden poetsen

Of het nu om een melkgebit of een volwassen gebit gaat, het is noodzakelijk het gebit goed schoon te houden. Dit kun je bereiken door twee keer per dag zorgvuldig te poetsen met een tandenborstel en tandpasta.
In eerste instantie kan je kindje nog niet zelf poetsen, dus zul jij dit voor hem moeten doen. Vanaf een jaar of twee kan hij het zelf gaan proberen. Hij kan zelf vast een beginnetje maken waarna jij hem napoetst.
Napoetsen blijft tot de leeftijd van 10 jaar van belang! Tanden poetsen moet net zo vanzelfsprekend zijn als douchen en aankleden.
Door goed te poetsen worden alle restjes eten en drinken uit je mond weg gehaald. Zo krijgen deze restjes geen kans om tandplaque te vormen – en dus gaatjes te veroorzaken – en blijven de tanden en kiezen sterk.
Poets het liefste de tanden op vaste tijden. De mooiste tijden zijn na het ontbijt en voor het slapen gaan. De poetsbeurt voor het slapen gaan is eigenlijk de belangrijkste. Probeer daar even de tijd voor te nemen. Bij een volledig gebit is een poetsbeurt van ongeveer 2 minuten aan te raden. Het is van belang om je kindje na het poetsen geen eten of drank (melk!) meer te geven.
Stokeren en/of flossen is pas noodzakelijk bij het definitieve gebit. Peuters en kleuters hoeven daarom nog niet te stokeren en/of te flossen. Twee goede poetsbeuren (met de nadruk op de poetsbeurt voor het slapengaan) is voldoende.

Mondverzorging

4 – 12 weken
Mondgewoonten Mondinspectie op eventuele afwijkingen
 
3 – 6 maanden
Poetsen Vanaf het doorbreken van de tandjes: eenmaal per dag 2 minuten poetsen met een doperwtje fluoridepeutertandpasta.
Doorbraak Doorbraak eerste tandje: pijnverlichting met gekoelde bijtring (niet uit het vriesvak) of met Chamodent of Dentinox. Door apotheek wordt ook wel mixtura lidocaini hydro chloride 2% voorgeschreven.
Mondgewoonten Zuigfles niet mee naar bed om mondademen te voorkomen. Vinger, duim en speen na het slapen verwijderen uit het mondje. Eventueel nachtvoeding (fles/borst) afbouwen.
 
12 – 24 maanden
Mondgewoonten Vanaf 9 maanden drinken uit een gewone beker in verband met zuigflescariës, infantiele slikgewoonte en groei van de kaak, stand van de tanden en de ontwikkeling van de spieren. Een tuitbeker kan voor een korte periode als tussenstap tussen de fles en beker worden gebruikt.
Poetsen Gevarieerd eten, geen suiker, honing of zoetstoffen toevoegen. Tussendoortjes beperken tot maximaal 3x per dag. Bij voorkeur ‘s avonds na de laatste voeding of maaltijd de tanden poetsen.
 
2 t/m 4 jaar
Mondgewoonten Duim of vingerzuigen, mondademen en fopspeengebruik afleren. Geen zuigfles meer, neusademhalen stimuleren en de lippen sluiten.
Voeding Duim of vingerzuigen, mondademen en fopspeengebruik afleren. Geen zuigfles meer, neusademhalen stimuleren en de lippen sluiten.
Fluoride Tot en met 4 jaar tweemaal per dag de tanden poetsen met een doperwtje fluoridepeutertandpasta. (500-750 ppm. fluoride)
Medicijnen Let op suikers in medicijnen. Tandenpoetsen pas na het innemen van zoete medicijnen (bijvoorbeeld hoestdrank), mondspoelen na het innemen van zure medicijnen (bijvoorbeeld vitamine C).
Tandartsbezoek Vanaf het 2e jaar stimuleren, elke half jaar controle.
Poetsen Gebruik een zachte tandenborstel met een kleine borstelkop (peutertandenborstel). Poets twee maal per dag de tanden, volgens de korte schrobmethode. Gebruik een doperwtje tandpasta op de tandenborstel. Naspoelen met water is bij een peutertandpasta niet nodig. Laat een ouder één keer per dag (liefst ‘s avonds) de tanden napoetsen.

Het verhaal van de tandenfee

Er leeft in ons land een fee, die hele mooie tanden heeft. Ze zijn prachtig wit. Als de fee lacht, lijkt het of de zon schijnt, zo mooi schitteren haar tanden.
De fee poetst haar tanden na iedere maaltijd. Ze poetst ze niet heel even, nee, ze poetst haar tanden wel drie minuten!
Met een hele mooie tandenborstel. En snoepen? Dat doet de tandenfee ook wel eens, maar niet de hele dag door. Af en toe pakt ze een snoepje. Daarna poetst ze… ja, je raadt het al, haar tanden.

Fabels en feiten

Een goede tandverzorging is noodzakelijk en belangrijk. Ook bij kleine kinderen. Zodra de eerste tandjes doorkomen is het van groot belang dat ze verzorgd worden. We vroegen het Murteza Goleli, mondzorgkundige , met een eigen tandartspraktijk in Den Haag (Tandartsenpraktijk Hobbemaplein).

Klopt het dat eerst de kiezen moeten doorkomen voordat er gewisseld gaat worden?

Nee! Nadat de wortel van de melktanden en -kiezen zijn geresorbeerd gaan zij langzamerhand wiebelen. De eerste permanente kiezen komen rond ongeveer op de 6 jarige leeftijd. Het kan zijn dat men eerder de melktanden ziet wiebelen en dat de melktanden verloren gaan.

Er wordt wel eens gezegd dat het beter zou zijn wanneer tanden pas laat doorkomen, dat ze dan sterker zijn?

De hoektand komt pas ongeveer op 9 jarige leeftijd. Dit is een heel belangrijke tand voor de mens. heel sterk vanwege zijn ligging en vorm. De tweede volwassen kiezen komen rond 12 jarige leeftijd. Maar het zijn niet per definitie sterkere tanden en kiezen!

Vanaf welke leeftijd is het raadzaam dat kinderen naar de tandarts gaan?

Over het algemeen is het raadzaam dat de kinderen vanaf hun 3e levensjaar naar de tandarts gaan.

Klopt het dat gaatjes in het melkgebit niet gevuld wordt?

Nee! Gaatjes in het melkgebit moeten ook gevuld worden, echter soms kan de tandarts overgaan tot het verwijderen van de melktanden omdat de tand wiebelt, of omdat de caries zo vergevorderd is dat het niet met een vulling gered kan worden.

Kun je naast zorgvuldig poetsen nog meer doen om de tanden van kinderen te verzorgen?

Nadat de kinderen zelf hebben gepoetst moeten de ouders tot een bepaalde leeftijd na gaan poetsen zodat ze ervan zeker zijn dat de mond schoon is. Verder is suikerarme voeding geven aan de kinderen heel belangrijk. Dus minder chocola, cola e.d. Ook is het belangrijk om te zorgen dat de zuigflessen die naar de bed worden meegenomen suikervrij zijn. Vraag aan je tandarts hoe het best afgeleerd kan worden.

Hoe kun je kinderen het beste voorbereiden op een tandartsbezoek?

Tandartsbezoek moet niet gezien worden als een angstaanjagende bezoek. De ouders moeten ervoor zorgen dat de eventueel angstige houding van zichzlf niet te zien is. Bij een halfjaarlijkse controle is het verstandig het kindje mee te nemen zodat hij aan de sfeer went. Het kindje maakt dan kennis met de tandarts en 9 van de 10 gevallen krijgt het een speelgoedje. Dat roept positieve dingen bij het kindje op als hij/zij naar de tandarts gaat dan associatie met de beloning zou ervoor zorgen dat het ietstje aangenamer wordt.

De keuze van een goede tandenborstel

Gebruik een tandenborstel met een kleine kop en zachte haartjes. Bij drogisterij of supermarkt zijn speciale tandenborstels voor baby's en peuters te koop. Op de verpakking van deze borstels staat vaak een leeftijdsindicatie vermeld.
Let erop dat de haartjes van de borstel dicht bij elkaar staan, maar de borstel mag ook weer niet te hard zijn. Van een te harde borstel kan het tandvlees beschadigen. Een tandenborstel moet elke drie maanden worden vervangen. Als de haartjes van de tandenborstel al eerder gaan rafelen, heb je kans dat je een beetje te hard aan het poetsen bent. Ook te hard poetsen is niet goed voor je tanden.
Na het poetsen moet de tandenborstel goed schoon worden gemaakt.
Soms wordt onterecht de illusie gewekt dat voor op reis of onderweg een aantal goede'alternatieven bestaan ter vervanging van het tandenpoetsen, zoals kauwgom, vingerhoesjes en de kauwtandenborstel. Wetenschappelijke studies tonen echter aan dat al deze middelen absoluut voor onvoldoende mondhygiëne zorgen. Geadviseerd wordt 2 maal daags minimaal 2 minuten de tanden te poetsen. Dit dient bij voorkeur aangevuld te worden met 1 keer stokeren en/of flossen c.q. ragen.*
In zeer uitzonderlijke gevallen waarbij tandenpoetsen met behulp van een tandenborstel onmogelijk wordt gezien, bijvoorbeeld na een tandheelkundige operatie, wordt in overleg met de mondhygiënist of tandarts een passende oplossing bedacht. Spoelen met chloorhexidine is hierbij een mogelijkheid. Dit middelen was alleen op recept verkrijgbaar is nu over de toonbank verkrijgbaar.

* Stokeren en/of flossen is pas noodzakelijk bij het definitieve gebit. Peuters en kleuters hoeven daarom nog niet te stokeren en/of te flossen. Twee goede poetsbeuren (met de nadruk op een uitgebreide poetsbeurt voor het slapengaan) is voldoende.

De keuze van een goede tandpasta voor kinderen

Fluor maakt de tanden harder en sterker. Het voorkomt hierdoor tandbederf. De tanden en kiezen nemen de fluoride op uit bijvoorbeeld de speciale peutertandpasta. Wanneer je regelmatig (2x per dag) de tandjes van je kindje poetst, is het niet nodig om extra fluortabletjes te slikken, tenzij de tandarts of mondhygiënist anders adviseert. De juiste hoeveelheid fluoride voor een peutertandpasta is 0,05 tot 0,075%.

Hoe vaak?

In het begin, vlak na de doorbraak van de eerste tandjes, is het voldoende om eenmaal per dag te poetsen. Op de tube tandpasta staat de juiste hoeveelheid vermeld die je per poetsbeurt nodig hebt.
Wanneer je kindje twee jaar is, worden de dagelijkse poetsbeurten verdubbeld naar twee keer per dag.

Samenstelling

Voor tandpasta voor jonge kinderen en kinderen in de wisselfase worden vaak andere samenstellingen van grondstoffen gebruikt en worden minder agressieve grondstoffen gebruikt. Dat is nodig omdat melkgebitten andere bescherming behoeven dan de blijvende tanden en kiezen en ook omdat sommige jonge kinderen de neiging hebben om tandpasta te eten. Wellicht heeft dat dan weer te maken met het feit dat kindertandpasta meestal een lekker zoete vruchtensmaak en een vrolijke kleur heeft.

Tips en trucs om goed de tanden te poetsen

  • Zing leuke tandenpoetsliedjes
  • Vertel het verhaaltje van de tandenfee
  • Poets tegelijk elkaars tanden. Jij die van je peuter, je peuter die van jou!
  • Je kindje wilt graag na-apen, maak hier gebruik van.
  • Poets je eigen tanden en laat hem toekijken.
  • Maak van het tandenpoetsen een vast onderdeel van het ochtend- en avondritueel

Goede tanden voor een goede spijsvertering

De spijsverteringsorganen beginnen in de mondholte. Hierin zitten onder andere de tong en het gebit en de uitgangen van de speekselklieren. Een goed gebit heb je nodig om voedsel goed te kunnen kauwen. Het zorgt ervoor dat ons voedsel wordt vermalen zodat we het makkelijker kunnen doorslikken en de enzymen beter hun werk kunnen doen.

Hoe werkt ons speeksel?

Je tanden en kiezen hebben speeksel (spuug) nodig om vochtig te blijven. Zonder speeksel zouden ze uitdrogen en dit is niet goed voor een tand of kies. Het speeksel houdt je tanden schoon en zorgt er voor dat je sommige dingen beter kunt eten. Probeer maar eens met een hele droge mond een beschuitje te eten. Wedden dat je hem niet weg krijgt? Het speeksel zorgt er daarom voor dat je hapje lekker sappig wordt, zodat je het makkelijk kunt doorslikken.
Maar speeksel brengt ook een beschermend laagje om je tanden. En dit beschermende laagje helpt tegen gaatjes! Gelukkig zit er altijd speeksel in onze mond. Je hoeft maar aan eten te denken en automatisch neemt de speekselvoorraad in je mond toe…

Weetjes

Het speeksel wordt geproduceerd door grote speekselklieren. Per etmaal wordt er 1 tot 1,5 liter speeksel afgescheiden! Speeksel bevat water, slijm en het enzym speekselamylase. Dit enzym begint met de vertering van zetmeel.

Kinderen en de tandarts

Vanzelfsprekend ga jij twee keer per jaar voor controle naar de tandarts en een logische volgende stap is dat jouw kindje mee gaat. Spelenderwijs kan hij bij jou op schoot een keertje op en neer in de behandelstoel, en misschien al voorzichtig kijken met het spiegeltje... Uiteraard krijgt hij een beloning in de vorm van een tandenborsteltje of een ballon! Naar mate je kind ouder wordt en vaker mee is geweest, wordt het tandartsbezoek een normale routine.
De meeste kinderen hebben nergens last van maar een 'gewone controle'kan heel anders uitpakken als blijkt dat je kind gaatjes heeft... Je voelt je schuldig, ervaart een gevoel van falen, bent boos, misschien zelfs angstig of verdrietig: 'Hoe kon dit gebeuren?!' Gaatjes kunnen in het melk- en in het blijvende gebit voorkomen. Ook al poets je nog zo goed en ook al doe je nog zo goed je best, als moeder kun je in sommige gevallen niet voorkomen dat je kind gaatjes krijgt...

Wisselen

Tussen het zevende en twaalfde jaar wordt het melkgebit gewisseld. Hierdoor ontstaat het definitieve gebit. Verstandskiezen komen echter pas veel later (vanaf het achttiende jaar). Het kan ook gebeuren dat deze nooit doorkomen. Het wisselen van de tanden begint doordat de wortel van de tand oplost. Hierdoor komt de tand of kies los te zitten en valt uit eindelijk uit je mond. Als je deze goed bekijkt, zie je dat er inderdaad geen wortel meer aan zit.
De tanden en kiezen van het blijvende gebit zitten al die tijd verborgen onder het melkgebit en zullen pas verschijnen, als de tand of kies er uit is. Tussen het begin van het wisselen en het complete volwassen gebit kan wel zes jaar zitten!
Tegenwoordig zijn er allerlei leuke bewaardoosjes te koop voor de gewisselde tanden en kiezen. Ook kun je ze laten verwerken in gouden of zilveren sieraden. Een leuk aandenken voor later.

Hoe poetsten ze vroeger?

Mensen hebben niet altijd hun tanden gepoetst. Vroeger werden de tanden zelfs helemaal niet gepoetst! Of soms maar eens per week… Als ze al hun tanden poetsten dan deden ze dat niet met een echte tandpasta en tandenborstel, maar met een takje van een geneeskrachtige boom of plant. Ook zout werd welk gebruik om tanden mee te poetsen. In een latere periode kwamen de eerste tandenborstels. Deze werden met dierenharen gemaakt.
Rotte en pijnlijk tanden werden er direct uit getrokken en veel mensen gingen dus in die tijd door het leven, zonder tanden.
Later kregen deze mensen in plaats van hun eigen tanden een kunstgebit. Die werd met een soort lijm in de mond vastgemaakt. Maar bij het ouder worden, paste deze vaak niet meer zo goed. Mensen konden daardoor nog maar moeilijk praten.
In delen van Afrika poetsen arme mensen nog steeds hun tanden met een takje omdat tandpasta te duur is. De oude Egyptenaren poetsten hun tanden met as gemengd met kruiden. Ook arme mensen poetsten hun tanden vroeger met as.